BWBR0021928
Geldig vanaf 2007-05-27
Artikel 4
Tijdelijke bijdrageregeling verbetering management overstroming
1. Een aanvraag voor een bijdrage wordt ingediend bij de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe door de Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan, waarin ten minste zijn opgenomen:
a. de uit te voeren activiteiten, genoemd in artikel 2, tweede lid, voorzien van een toelichting waarom deze bijdragen aan de doelstelling van de regeling, genoemd in artikel 2, eerste lid;
b. de te verwachten realisatietermijn, met een beschrijving van de activiteiten die zullen worden gerealiseerd;
c. de benodigde inzet van mensen en middelen;
d. een sluitende begroting voor het projectplan;
e. een opgave van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteiten waarop de bijdrage betrekking heeft, worden gefinancierd.
3. Een aanvraag kan worden ingediend:
a. in de periode van 1 juni 2007 tot en met 28 september 2007; en
b. in de periode van 1 januari 2008 tot en met 29 februari 2008.
4. Voor de in het derde lid, onderdeel a, genoemde aanvraagperiode bedraagt het plafond van de te verlenen bijdragen € 6.000.000,–.
5. De minister stelt voor de aanvraagperiode, genoemd in het derde lid, onderdeel b, de hoogte van het plafond van de bijdragen vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan, waarin ten minste zijn opgenomen:
a. de uit te voeren activiteiten, genoemd in artikel 2, tweede lid, voorzien van een toelichting waarom deze bijdragen aan de doelstelling van de regeling, genoemd in artikel 2, eerste lid;
b. de te verwachten realisatietermijn, met een beschrijving van de activiteiten die zullen worden gerealiseerd;
c. de benodigde inzet van mensen en middelen;
d. een sluitende begroting voor het projectplan;
e. een opgave van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteiten waarop de bijdrage betrekking heeft, worden gefinancierd.
3. Een aanvraag kan worden ingediend:
a. in de periode van 1 juni 2007 tot en met 28 september 2007; en
b. in de periode van 1 januari 2008 tot en met 29 februari 2008.
4. Voor de in het derde lid, onderdeel a, genoemde aanvraagperiode bedraagt het plafond van de te verlenen bijdragen € 6.000.000,–.
5. De minister stelt voor de aanvraagperiode, genoemd in het derde lid, onderdeel b, de hoogte van het plafond van de bijdragen vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant.