BWBR0021928
Geldig vanaf 2007-05-27
Artikel 2
Tijdelijke bijdrageregeling verbetering management overstroming
1. De minister kan op aanvraag een bijdrage verlenen ter verbetering van de regionale organisatorische voorbereiding op de gevolgen van overstroming.
2. De volgende activiteiten komen in aanmerking voor een bijdrage, indien bij de uitvoering ervan sprake is van samenwerking tussen twee of meer partijen die een rol hebben bij de regionale organisatorische voorbereiding op de gevolgen van overstroming:
a. regionale planvorming;
b. regionale oefening;
c. het opstellen van realistische overstromingsscenario’s;
d. een overstromingsplan;
e. een risicocommunicatiestrategie;
f. een crisiscommunicatiestrategie;
g. een nazorgstrategie; of
h. het nader invullen van de rol van waterbeheerders in de veiligheidsregio.
3. De bijdrage bedraagt 60% van de kosten die volgens artikel 3voor een bijdrage in aanmerking komen, met een maximum van € 350.000,– per aanvraag.
4. De minister beslist op de aanvraag uiterlijk acht weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 4, derde lid. Aan de beschikking kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Er wordt geen bijdrage verleend aan activiteiten waartoe door het bevoegde gezag is besloten voor het moment van inwerkingtreding van deze regeling.
2. De volgende activiteiten komen in aanmerking voor een bijdrage, indien bij de uitvoering ervan sprake is van samenwerking tussen twee of meer partijen die een rol hebben bij de regionale organisatorische voorbereiding op de gevolgen van overstroming:
a. regionale planvorming;
b. regionale oefening;
c. het opstellen van realistische overstromingsscenario’s;
d. een overstromingsplan;
e. een risicocommunicatiestrategie;
f. een crisiscommunicatiestrategie;
g. een nazorgstrategie; of
h. het nader invullen van de rol van waterbeheerders in de veiligheidsregio.
3. De bijdrage bedraagt 60% van de kosten die volgens artikel 3voor een bijdrage in aanmerking komen, met een maximum van € 350.000,– per aanvraag.
4. De minister beslist op de aanvraag uiterlijk acht weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 4, derde lid. Aan de beschikking kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Er wordt geen bijdrage verleend aan activiteiten waartoe door het bevoegde gezag is besloten voor het moment van inwerkingtreding van deze regeling.