BWBR0021928
Geldig vanaf 2007-05-27
Artikel 3
Tijdelijke bijdrageregeling verbetering management overstroming
1. De volgende kosten komen in aanmerking voor een bijdrage:
a. de kosten voor inhuur van externe expertise;
b. de loonkosten voor zover die aantoonbaar direct aan de activiteit waarop de bijdrage betrekking heeft, zijn toe te rekenen, waarbij het kostendekkend tarief per uur van het Ministerie van Financiën wordt gehanteerd zoals vermeld in de Handleiding Overheidstarieven 2007;
c. de kosten voor de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal en het gebruik van trainingsmateriaal;
d. de kosten voor het houden van voorlichtingsbijeenkomsten, trainingsbijeenkomsten en vergaderingen;
e. de reiskosten van het eigen personeel dat deelneemt aan de activiteiten, genoemd in onderdeel d;
f. de kosten voor de aanschaf van roerende zaken, voor zover die kosten aantoonbaar direct aan de activiteit waarop de bijdrage betrekking heeft, zijn toe te rekenen.
2. De kosten, genoemd in het eerste lid, zijn exclusief de verschuldigde BTW, tenzij de aanvrager niet BTW-plichtig is en aantoonbaar geen recht heeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds.
3. Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanige bijdrage verstrekt, dat het totale bedrag aan bijdragen niet meer bedraagt dan 60% van de totale kosten die voor een bijdrage op grond van deze regeling in aanmerking komen.
a. de kosten voor inhuur van externe expertise;
b. de loonkosten voor zover die aantoonbaar direct aan de activiteit waarop de bijdrage betrekking heeft, zijn toe te rekenen, waarbij het kostendekkend tarief per uur van het Ministerie van Financiën wordt gehanteerd zoals vermeld in de Handleiding Overheidstarieven 2007;
c. de kosten voor de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal en het gebruik van trainingsmateriaal;
d. de kosten voor het houden van voorlichtingsbijeenkomsten, trainingsbijeenkomsten en vergaderingen;
e. de reiskosten van het eigen personeel dat deelneemt aan de activiteiten, genoemd in onderdeel d;
f. de kosten voor de aanschaf van roerende zaken, voor zover die kosten aantoonbaar direct aan de activiteit waarop de bijdrage betrekking heeft, zijn toe te rekenen.
2. De kosten, genoemd in het eerste lid, zijn exclusief de verschuldigde BTW, tenzij de aanvrager niet BTW-plichtig is en aantoonbaar geen recht heeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds.
3. Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanige bijdrage verstrekt, dat het totale bedrag aan bijdragen niet meer bedraagt dan 60% van de totale kosten die voor een bijdrage op grond van deze regeling in aanmerking komen.