BWBR0021770
Geldig vanaf 22-10-2006
Artikel 12
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa
1. De directeuren van de directies Ontwikkeling, Zorgmarkten Cure en Zorgmarkten Care en het hoofd van het bureau Raad van Bestuur zijn bevoegd tot het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de Wet marktordening gezondheidszorg en tot de ondertekening van stukken die hiermee verband houden.
2. De directeur van de directie Zorgmarkten Cure is bevoegd tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de Zorgverzekeringswet en de afwikkeling van de Ziekenfondswet en tot de ondertekening van stukken die hiermee verband houden.
3. De directeur van de directie Zorgmarkten Care is bevoegd tot het nemen van besluitenemen het verrichten van overige handelingen die verband houden met de Algemene wet bijzondere ziektekosten en tot de ondertekening van stukken die hiermee verband houden.
4. De bevoegdheden in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel gelden slechts voorzover het in de rede ligt dat de desbetreffende directeur / het desbetreffende hoofd deze besluiten neemt c.q. deze (rechts)handelingen verricht én het bevoegdheden betreft die reeds voor het in werking treden van de Wmg waren toegekend aan de rechtsvoorgangers van de NZa; dit heeft derhalve met name betrekking op:
a. besluiten tot vaststellen van tarief- en prestatiebeschikkingen, voorzover deze binnen de beleidsregels passen;
b. besluiten tot afwijzen van tariefverzoeken en verzoeken tot het vaststellen van prestatiebeschikkingen die niet binnen de beleidsregels passen;
c. besluiten die betrekking hebben op de beoordeling van modelpolissen;
d. besluiten om een verzoek niet in behandeling te nemen;
e. besluiten met betrekking tot verzoeken om of het verstrekken van inlichtingen en gegevens, voorzover deze nodig zijn voor de taakuitoefening van de NZa;
f. besluiten op verzoeken op grond van de Wet Openbaarheid van bestuur (WOB-verzoeken);
g. beslissingen betreffende het beheer van archiefbescheiden van de NZa;
h. besluiten die ingevolge de klachtenregeling van de NZa worden behandeld door de directeuren/hoofden van de stafbureaus.
5. De directeuren zijn bevoegd tot het horen van belanghebbenden indien voorafgaand aan een primaire beslissing een hoorzitting plaatsvindt ingevolge de Wmg, met uitzondering van een hoorzitting in het kader van de primaire besluitvorming bij de boeteoplegging.
6. Het hoofd van het bureau Raad van Bestuur is bevoegd te horen in het kader van de primaire besluitvorming bij de boeteoplegging.
7. Het hoofd van het bureau Raad van Bestuur is bevoegd tot het nemen van beslissingen en het verrichten van overige handelingen die betrekking hebben op de behandeling van alle juridische zaken die tot het aandachtsgebied van de unit Bezwaar, beroep en boetes behoren, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 13 is voorbehouden aan de RvB zelf en van hetgeen op grond van artikel 11 is voorbehouden aan de leden van de RvB.
8. De directeuren zijn bevoegd tot ondertekening van werkafspraken die voortvloeien uit de samenwerkingsprotocollen, tenzij deze directieoverstijgend zijn.
9. Het hoofd van het bureau Raad van Bestuur is bevoegd tot ondertekening van werkafspraken die voortvloeien uit de samenwerkingsprotocollen, voorzover deze directieoverstijgend zijn.
2. De directeur van de directie Zorgmarkten Cure is bevoegd tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de Zorgverzekeringswet en de afwikkeling van de Ziekenfondswet en tot de ondertekening van stukken die hiermee verband houden.
3. De directeur van de directie Zorgmarkten Care is bevoegd tot het nemen van besluitenemen het verrichten van overige handelingen die verband houden met de Algemene wet bijzondere ziektekosten en tot de ondertekening van stukken die hiermee verband houden.
4. De bevoegdheden in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel gelden slechts voorzover het in de rede ligt dat de desbetreffende directeur / het desbetreffende hoofd deze besluiten neemt c.q. deze (rechts)handelingen verricht én het bevoegdheden betreft die reeds voor het in werking treden van de Wmg waren toegekend aan de rechtsvoorgangers van de NZa; dit heeft derhalve met name betrekking op:
a. besluiten tot vaststellen van tarief- en prestatiebeschikkingen, voorzover deze binnen de beleidsregels passen;
b. besluiten tot afwijzen van tariefverzoeken en verzoeken tot het vaststellen van prestatiebeschikkingen die niet binnen de beleidsregels passen;
c. besluiten die betrekking hebben op de beoordeling van modelpolissen;
d. besluiten om een verzoek niet in behandeling te nemen;
e. besluiten met betrekking tot verzoeken om of het verstrekken van inlichtingen en gegevens, voorzover deze nodig zijn voor de taakuitoefening van de NZa;
f. besluiten op verzoeken op grond van de Wet Openbaarheid van bestuur (WOB-verzoeken);
g. beslissingen betreffende het beheer van archiefbescheiden van de NZa;
h. besluiten die ingevolge de klachtenregeling van de NZa worden behandeld door de directeuren/hoofden van de stafbureaus.
5. De directeuren zijn bevoegd tot het horen van belanghebbenden indien voorafgaand aan een primaire beslissing een hoorzitting plaatsvindt ingevolge de Wmg, met uitzondering van een hoorzitting in het kader van de primaire besluitvorming bij de boeteoplegging.
6. Het hoofd van het bureau Raad van Bestuur is bevoegd te horen in het kader van de primaire besluitvorming bij de boeteoplegging.
7. Het hoofd van het bureau Raad van Bestuur is bevoegd tot het nemen van beslissingen en het verrichten van overige handelingen die betrekking hebben op de behandeling van alle juridische zaken die tot het aandachtsgebied van de unit Bezwaar, beroep en boetes behoren, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 13 is voorbehouden aan de RvB zelf en van hetgeen op grond van artikel 11 is voorbehouden aan de leden van de RvB.
8. De directeuren zijn bevoegd tot ondertekening van werkafspraken die voortvloeien uit de samenwerkingsprotocollen, tenzij deze directieoverstijgend zijn.
9. Het hoofd van het bureau Raad van Bestuur is bevoegd tot ondertekening van werkafspraken die voortvloeien uit de samenwerkingsprotocollen, voorzover deze directieoverstijgend zijn.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021770
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl