BWBR0021623
Geldig vanaf 2007-04-05
Artikel 2.2
Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken 2007
1. Een aanvraag voor startsubsidie gaat vergezeld van een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 1.5en een afschrift van een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, waarin, voor zover van toepassing, is opgenomen het beoogde aantal:
a. nieuwe duale trajecten per 31 december 2008; of
b. deelnemers aan EVC-trajecten per 31 december 2008.
2. Onverminderd de artikelen 1.1, onderdeel k, 1.3, eerste tot en met derde lid, en 1.5kan ondertekening van een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, door een van de partijen, bedoeld in de onderdelen van artikel 1.3, eerste tot en met derde lid, achterwege blijven voor wat betreft een aanvraag voor startsubsidie.
3. Een aanvraag voor vervolgsubsidie gaat vergezeld van een:
a. schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 1.5;
b. afschrift van een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid;
c. door alle partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid ondertekend activiteitenplan;
d. door alle partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid ondertekende begroting; en
4. De subsidieaanvraag ingediend door een rechtspersoon gaat de eerste maal vergezeld van een afschrift van de statuten dan wel de reglementen van de subsidieaanvrager zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld of gewijzigd, alsmede:
a. het laatst opgemaakte financieel verslag; of
b. de laatst opgemaakte jaarrekening en de toelichting daarop of, indien deze ontbreekt, een overzicht van de financiële situatie van de subsidieaanvrager en van instellingen waarmee de subsidieaanvrager een organisatorische of financiële band heeft op het moment van de aanvraag.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de rechtspersoon een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon is.
6. De in het vierde lid, onderdeel a en b, bedoelde bescheiden dan wel het overzicht van de financiële situatie zijn voorzien van een schriftelijke verklaring onderscheidenlijk een schriftelijke mededeling omtrent de getrouwheid, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
7. De subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier voor startsubsidie onderscheidenlijk een formulier voor vervolgsubsidie. Deze formulieren zijn opgenomen in bijlage Ionderscheidenlijk bijlage IIbehorende bij deze regeling.
8. De Minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de onderdelen van de subsidieaanvraag, bedoeld in het eerste en derde lid, worden uitgewerkt.
9. Het tweede lid en het derde lid, onderdeel c en d, zijn niet van toepassing op een bewindspersoon.
a. nieuwe duale trajecten per 31 december 2008; of
b. deelnemers aan EVC-trajecten per 31 december 2008.
2. Onverminderd de artikelen 1.1, onderdeel k, 1.3, eerste tot en met derde lid, en 1.5kan ondertekening van een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, door een van de partijen, bedoeld in de onderdelen van artikel 1.3, eerste tot en met derde lid, achterwege blijven voor wat betreft een aanvraag voor startsubsidie.
3. Een aanvraag voor vervolgsubsidie gaat vergezeld van een:
a. schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 1.5;
b. afschrift van een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid;
c. door alle partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid ondertekend activiteitenplan;
d. door alle partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid ondertekende begroting; en
4. De subsidieaanvraag ingediend door een rechtspersoon gaat de eerste maal vergezeld van een afschrift van de statuten dan wel de reglementen van de subsidieaanvrager zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld of gewijzigd, alsmede:
a. het laatst opgemaakte financieel verslag; of
b. de laatst opgemaakte jaarrekening en de toelichting daarop of, indien deze ontbreekt, een overzicht van de financiële situatie van de subsidieaanvrager en van instellingen waarmee de subsidieaanvrager een organisatorische of financiële band heeft op het moment van de aanvraag.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de rechtspersoon een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon is.
6. De in het vierde lid, onderdeel a en b, bedoelde bescheiden dan wel het overzicht van de financiële situatie zijn voorzien van een schriftelijke verklaring onderscheidenlijk een schriftelijke mededeling omtrent de getrouwheid, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
7. De subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier voor startsubsidie onderscheidenlijk een formulier voor vervolgsubsidie. Deze formulieren zijn opgenomen in bijlage Ionderscheidenlijk bijlage IIbehorende bij deze regeling.
8. De Minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de onderdelen van de subsidieaanvraag, bedoeld in het eerste en derde lid, worden uitgewerkt.
9. Het tweede lid en het derde lid, onderdeel c en d, zijn niet van toepassing op een bewindspersoon.