BWBR0021623
Geldig vanaf 2007-04-05
Artikel 1.3
Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken 2007
1. Tot de partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel a, behoren ten minste een bewindspersoon en een of meer vertegenwoordigers van:
a. een of meer werkgevers of het bedrijfsleven;
b. een of meer aanbieders van een of meer opleidingen die strekken tot het behalen van een certificaat;
c. een of meer organisaties die zorgdragen voor de toestroom van deelnemers aan duale trajecten.
2. Tot de partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel b, behoren ten minste een bewindspersoon en een of meer vertegenwoordigers van:
a. een of meer werkgevers of het bedrijfsleven;
b. een of meer aanbieders van een of meer opleidingen die strekken tot het behalen van een certificaat; en
c. een of meer Centra voor Werk en Inkomen als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
3. Tot de partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c, behoren ten minste een bewindspersoon en een of meer vertegenwoordigers van:
a. een of meer werkgevers of het bedrijfsleven; en
b. een of meer bij de kwaliteitscode EVC aangesloten aanbieders van een of meer opleidingen die strekken tot het behalen van een certificaat.
4. Aanbieders van een beroepsopleiding opgenomen in het centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs behoren niet tot de partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c.
a. een of meer werkgevers of het bedrijfsleven;
b. een of meer aanbieders van een of meer opleidingen die strekken tot het behalen van een certificaat;
c. een of meer organisaties die zorgdragen voor de toestroom van deelnemers aan duale trajecten.
2. Tot de partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel b, behoren ten minste een bewindspersoon en een of meer vertegenwoordigers van:
a. een of meer werkgevers of het bedrijfsleven;
b. een of meer aanbieders van een of meer opleidingen die strekken tot het behalen van een certificaat; en
c. een of meer Centra voor Werk en Inkomen als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
3. Tot de partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c, behoren ten minste een bewindspersoon en een of meer vertegenwoordigers van:
a. een of meer werkgevers of het bedrijfsleven; en
b. een of meer bij de kwaliteitscode EVC aangesloten aanbieders van een of meer opleidingen die strekken tot het behalen van een certificaat.
4. Aanbieders van een beroepsopleiding opgenomen in het centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs behoren niet tot de partijen bij een intentieverklaring als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c.