BWBR0020999
Geldig vanaf 2007-01-16
Artikel 6
Regeling vaststelling bedragen 2007 ex artt. 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op € 22.506.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op € 21.872.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op € 4.482.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op € 4.355.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op:
a. 0,0075% van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor de effecten die door hem worden verkregen door middel van een openbaar bod, met een maximum van € 630.000;
b. € 7.014 voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:81, derde lid, van de wet.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op:
a. 0,0073% van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor de effecten die door hem worden verkregen door middel van een openbaar bod, met een maximum van € 630.000;
b. € 6.816 voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:81, derde lid, van de wet.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op € 21.872.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op € 4.482.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op € 4.355.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op:
a. 0,0075% van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor de effecten die door hem worden verkregen door middel van een openbaar bod, met een maximum van € 630.000;
b. € 7.014 voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:81, derde lid, van de wet.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit, wordt voor instellingen waaraan voor 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn gebracht, vastgesteld op:
a. 0,0073% van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor de effecten die door hem worden verkregen door middel van een openbaar bod, met een maximum van € 630.000;
b. € 6.816 voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:81, derde lid, van de wet.