BWBR0020999
Geldig vanaf 2007-01-16
Artikel 4
Regeling vaststelling bedragen 2007 ex artt. 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht
1. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, wordt voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht vermeerderd met een bedrag van € 731, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 3:99 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, wordt voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht vermeerderd met een bedrag van € 711, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 3:99 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
2. a. De bedragen, bedoeld in artikel 3, worden voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht vermeerderd met een bedrag van € 731, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag of tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
b. De bedragen, bedoeld in artikel 3, worden voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht vermeerderd met een bedrag van € 711, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag of tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
3. a. In afwijking van lid 2.a wordt het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, vermeerderd met een bedrag van € 1.462, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
b. In afwijking van lid 2.b wordt het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, vermeerderd met een bedrag van € 1.422, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
4. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.365, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.327, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
5. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, d, e, f en g, wordt telkens vermeerderd met een bedrag van € 322, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen b, d, e, f en g, wordt telkens vermeerderd met een bedrag van € 313, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
6. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.170 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.137 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
7. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, wordt vermeerderd met een bedrag van € 975 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel h, wordt vermeerderd met een bedrag van € 948 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
8. Het bedrag bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit, wordt vastgesteld op:
a. € 731 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 3:99 van de wet;
b. € 711 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 3:99 van de wet;
c. € 731 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
d. € 711 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
e. € 1.462, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor de toetsing van betrouwbaarheid bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
f. € 1.422, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor de toetsing van betrouwbaarheid bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
g. € 1.365, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet;
h. € 1.327, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet;
i. € 1.170, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, van bestuurders van beheerders en bewaarders als bedoeld in artikel 2:67, eerste lid, van de wet en van bestuurders van beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 2:68, eerste lid, van de wet;
j. € 1.137, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, van bestuurders van beheerders en bewaarders als bedoeld in artikel 2:67, eerste lid, van de wet en van bestuurders van beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 2:68, eerste lid, van de wet;
k. € 975, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor bestuurders van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2:96 van de wet;
l. € 948, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor bestuurders van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2:96 van de wet;
m. € 322, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor financiële dienstverleners die geen aanbieders van beleggingsobjecten zijn;
n. € 313, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor financiële dienstverleners die geen aanbieders van beleggingsobjecten zijn.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, wordt voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht vermeerderd met een bedrag van € 711, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 3:99 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
2. a. De bedragen, bedoeld in artikel 3, worden voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht vermeerderd met een bedrag van € 731, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag of tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
b. De bedragen, bedoeld in artikel 3, worden voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht vermeerderd met een bedrag van € 711, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag of tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
3. a. In afwijking van lid 2.a wordt het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, vermeerderd met een bedrag van € 1.462, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
b. In afwijking van lid 2.b wordt het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, vermeerderd met een bedrag van € 1.422, voor elke toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet, die ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden.
4. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.365, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.327, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
5. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, d, e, f en g, wordt telkens vermeerderd met een bedrag van € 322, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen b, d, e, f en g, wordt telkens vermeerderd met een bedrag van € 313, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
6. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.170 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.137 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
7. a. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, wordt vermeerderd met een bedrag van € 975 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
b. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel h, wordt vermeerderd met een bedrag van € 948 voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet.
8. Het bedrag bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit, wordt vastgesteld op:
a. € 731 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 3:99 van de wet;
b. € 711 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 3:99 van de wet;
c. € 731 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
d. € 711 voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een toetsing van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
e. € 1.462, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor de toetsing van betrouwbaarheid bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
f. € 1.422, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor de toetsing van betrouwbaarheid bedoeld in artikel 4:10 van de wet;
g. € 1.365, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet;
h. € 1.327, voor aanbieders van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet, waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet;
i. € 1.170, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, van bestuurders van beheerders en bewaarders als bedoeld in artikel 2:67, eerste lid, van de wet en van bestuurders van beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 2:68, eerste lid, van de wet;
j. € 1.137, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, van bestuurders van beheerders en bewaarders als bedoeld in artikel 2:67, eerste lid, van de wet en van bestuurders van beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 2:68, eerste lid, van de wet;
k. € 975, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor bestuurders van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2:96 van de wet;
l. € 948, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor bestuurders van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2:96 van de wet;
m. € 322, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor financiële dienstverleners die geen aanbieders van beleggingsobjecten zijn;
n. € 313, voor instellingen waaraan voor het jaar 2008 geen kosten voor doorlopend toezicht in rekening zijn of worden gebracht, voor een deskundigheidstoets, bedoeld in artikel 4:9 van de wet, voor financiële dienstverleners die geen aanbieders van beleggingsobjecten zijn.