BWBR0020922
Geldig vanaf 04-01-2007
Artikel 2:7
Regeling innovatieve financiële instrumenten en immateriële activa
1. Tot kernkapitaal als bedoeld in artikel 91 van het Besluit worden gerekend directe en indirecte instrumenten die aan paragraaf 2.1 voldoen en waaraan één of meer voorwaarden, anders dan een zuivere calloptie, zijn verbonden die tot aflossing van die instrumenten zouden kunnen leiden. Instrumenten als bedoeld in de vorige volzin kunnen voor maximaal 15% van het totale geconsolideerde kernkapitaal inclusief alle innovatieve financiële instrumenten tot het kernkapitaal als bedoeld in artikel 91 van het Besluit worden gerekend.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde limiet van 15%, op het niveau van de financiële onderneming wordt overschreden, kan het surplus op een hoger niveau binnen de groep in het geconsolideerde kernkapitaal worden betrokken, mits dit niet leidt tot overschrijding van de limiet van 15% van het totale geconsolideerde kernkapitaal op het desbetreffende groepsniveau.
3. In afwijking van het tweede lid, kan DNB bepalen dat een naar een hoger groepsniveau doorgeconsolideerd belang van derden geheel of gedeeltelijk niet tot kernkapitaal als bedoeld in artikel 91 van het Besluit wordt gerekend, indien dit tot aanzienlijke overkapitalisatie zou leiden en het meetellen van dit belang van derden in andere redenen is gelegen dan in het innovatieve karakter van het instrument.
4. In afwijking van het tweede en derde lid kan een naar een hoger groepsniveau doorgeconsolideerd belang van derden in het geheel niet tot het kernkapitaal als bedoeld in artikel 91 van het Besluit gerekend indien dit belang van derden kenmerken bezit van instrumenten die tot het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92 van het Besluit, behoren.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde limiet van 15%, op het niveau van de financiële onderneming wordt overschreden, kan het surplus op een hoger niveau binnen de groep in het geconsolideerde kernkapitaal worden betrokken, mits dit niet leidt tot overschrijding van de limiet van 15% van het totale geconsolideerde kernkapitaal op het desbetreffende groepsniveau.
3. In afwijking van het tweede lid, kan DNB bepalen dat een naar een hoger groepsniveau doorgeconsolideerd belang van derden geheel of gedeeltelijk niet tot kernkapitaal als bedoeld in artikel 91 van het Besluit wordt gerekend, indien dit tot aanzienlijke overkapitalisatie zou leiden en het meetellen van dit belang van derden in andere redenen is gelegen dan in het innovatieve karakter van het instrument.
4. In afwijking van het tweede en derde lid kan een naar een hoger groepsniveau doorgeconsolideerd belang van derden in het geheel niet tot het kernkapitaal als bedoeld in artikel 91 van het Besluit gerekend indien dit belang van derden kenmerken bezit van instrumenten die tot het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92 van het Besluit, behoren.
- Citeren als
- Art. 2:7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020922
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl