BWBR0020922
Geldig vanaf 04-01-2007
Artikel 2:4
Regeling innovatieve financiële instrumenten en immateriële activa
Bij onderbrenging van een indirect instrument bij een dochteronderneming gelden onverminderd paragraaf 2.1 de volgende aanvullende voorwaarden:
a. in de transactievoorwaarden wordt opgenomen dat het instrument op het trigger-moment van een instrument van de dochteronderneming in een instrument van de moederonderneming wordt omgezet;
b. het eigen vermogen in de vennootschappelijke balans van de moederonderneming is op continue basis positief;
c. er is sprake van een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de financiële onderneming die het instrument in aanmerking wil laten nemen de moedermaatschappij is en de financiële onderneming bij wie het instrument is ondergebracht de dochteronderneming is; en
d. ingeval van doorgeven van de emissieopbrengsten in de vorm van een intercompany-lening zijn de leningvoorwaarden van de intercompany-lening gelijkwaardig aan de emissievoorwaarden van de aandelen van de dochteronderneming, mits de looptijd van de lening tenminste 30 jaar is en de intercompany-lening aan het einde van de looptijd slechts met toestemming van DNB kan worden afgelost.
a. in de transactievoorwaarden wordt opgenomen dat het instrument op het trigger-moment van een instrument van de dochteronderneming in een instrument van de moederonderneming wordt omgezet;
b. het eigen vermogen in de vennootschappelijke balans van de moederonderneming is op continue basis positief;
c. er is sprake van een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de financiële onderneming die het instrument in aanmerking wil laten nemen de moedermaatschappij is en de financiële onderneming bij wie het instrument is ondergebracht de dochteronderneming is; en
d. ingeval van doorgeven van de emissieopbrengsten in de vorm van een intercompany-lening zijn de leningvoorwaarden van de intercompany-lening gelijkwaardig aan de emissievoorwaarden van de aandelen van de dochteronderneming, mits de looptijd van de lening tenminste 30 jaar is en de intercompany-lening aan het einde van de looptijd slechts met toestemming van DNB kan worden afgelost.
- Citeren als
- Art. 2:4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020922
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl