BWBR0020917
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 30a
Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. Voor de aanvangshaalbaarheidstoets geldt:
a. de rapportagedatum is 1 januari van het kalenderjaar waarin het fonds heeft besloten een nieuwe pensioenregeling uit te voeren of zich een significante wijziging heeft voorgedaan;
b. de haalbaarheidstoets wordt uitgevoerd op basis van de pensioenfondsbalans en de onderliggende gegevens op de rapportagedatum;
c. er wordt gebruik gemaakt van de scenarioset die De Nederlandsche Bank beschikbaar heeft gesteld voor het kwartaal waarin het fonds heeft besloten een nieuwe pensioenregeling uit te voeren of zich een significante wijziging heeft voorgedaan, waarbij De Nederlandsche Bank bepaalt hoe in de berekeningen wordt omgegaan met de periode tussen 1 januari en het begin van dat kwartaal;
d. de datum van inlevering bij De Nederlandsche Bank is een maand nadat het fonds heeft besloten een nieuwe pensioenregeling uit te voeren of zich een significante wijziging heeft voorgedaan.
2. Voor de jaarlijkse haalbaarheidstoets geldt:
a. de rapportagedatum is 1 januari;
b. de haalbaarheidstoets wordt uitgevoerd op basis van de pensioenfondsbalans en de onderliggende gegevens die ten grondslag liggen aan de staten, bedoeld in artikel 147 van de Pensioenwet dan wel artikel 142 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, over het aan de rapportagedatum voorafgaande boekjaar;
c. er wordt gebruik gemaakt van de scenarioset die De Nederlandsche Bank beschikbaar heeft gesteld voor het kwartaal waarin de rapportagedatum ligt;
d. de datum van inlevering is niet later dan de datum van inlevering van de staten, bedoeld in onderdeel b.
3. Na voorafgaande toestemming van De Nederlandsche Bank kan een fonds afwijken van het eerste en tweede lid en van artikel 30, vijfde lid.
4. De verplichting om jaarlijks een haalbaarheidstoets uit te voeren, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen, geldt niet:
a. gedurende de jaren waarin een fonds de verwachting heeft over te gaan op een volledige collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145o van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en
b. indien het fonds naar verwachting geen flexibele premieregeling met een vastgestelde uitkering uit zal voeren na de volledige collectieve waardeoverdracht, bedoeld in onderdeel a.
5. De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de bij de haalbaarheidstoets te leveren gegevens en de wijze waarop de gegevens worden geleverd.
a. de rapportagedatum is 1 januari van het kalenderjaar waarin het fonds heeft besloten een nieuwe pensioenregeling uit te voeren of zich een significante wijziging heeft voorgedaan;
b. de haalbaarheidstoets wordt uitgevoerd op basis van de pensioenfondsbalans en de onderliggende gegevens op de rapportagedatum;
c. er wordt gebruik gemaakt van de scenarioset die De Nederlandsche Bank beschikbaar heeft gesteld voor het kwartaal waarin het fonds heeft besloten een nieuwe pensioenregeling uit te voeren of zich een significante wijziging heeft voorgedaan, waarbij De Nederlandsche Bank bepaalt hoe in de berekeningen wordt omgegaan met de periode tussen 1 januari en het begin van dat kwartaal;
d. de datum van inlevering bij De Nederlandsche Bank is een maand nadat het fonds heeft besloten een nieuwe pensioenregeling uit te voeren of zich een significante wijziging heeft voorgedaan.
2. Voor de jaarlijkse haalbaarheidstoets geldt:
a. de rapportagedatum is 1 januari;
b. de haalbaarheidstoets wordt uitgevoerd op basis van de pensioenfondsbalans en de onderliggende gegevens die ten grondslag liggen aan de staten, bedoeld in artikel 147 van de Pensioenwet dan wel artikel 142 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, over het aan de rapportagedatum voorafgaande boekjaar;
c. er wordt gebruik gemaakt van de scenarioset die De Nederlandsche Bank beschikbaar heeft gesteld voor het kwartaal waarin de rapportagedatum ligt;
d. de datum van inlevering is niet later dan de datum van inlevering van de staten, bedoeld in onderdeel b.
3. Na voorafgaande toestemming van De Nederlandsche Bank kan een fonds afwijken van het eerste en tweede lid en van artikel 30, vijfde lid.
4. De verplichting om jaarlijks een haalbaarheidstoets uit te voeren, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen, geldt niet:
a. gedurende de jaren waarin een fonds de verwachting heeft over te gaan op een volledige collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145o van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en
b. indien het fonds naar verwachting geen flexibele premieregeling met een vastgestelde uitkering uit zal voeren na de volledige collectieve waardeoverdracht, bedoeld in onderdeel a.
5. De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de bij de haalbaarheidstoets te leveren gegevens en de wijze waarop de gegevens worden geleverd.