BWBR0020917
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 21
Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. De standaardregel, bedoeld in artikel 150n, derde lid, van de Pensioenwet, artikel 145m, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregelingen artikel 46d van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, bestaat uit de volgende berekeningen in de hierna vermelde volgorde:
1° vaststellen van de contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;
2° vaststellen van de contante waarde van de aanpassingskasstromen;
3° vaststellen van de schalingsfactor voor de aanpassingskasstroom; en
4° vaststellen van voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal.
2. Voor de berekeningen, bedoeld in het eerste lid, worden de formules in bijlage 2agebruikt.
3. Het fonds waarborgt dat bij het toepassen van de standaardregel geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen.
1° vaststellen van de contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;
2° vaststellen van de contante waarde van de aanpassingskasstromen;
3° vaststellen van de schalingsfactor voor de aanpassingskasstroom; en
4° vaststellen van voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal.
2. Voor de berekeningen, bedoeld in het eerste lid, worden de formules in bijlage 2agebruikt.
3. Het fonds waarborgt dat bij het toepassen van de standaardregel geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen.