BWBR0020750
Geldig vanaf 2011-01-31
Artikel VIII
Besluit implementatie kapitaalakkoord Bazel 2
1. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling kan het bedrag van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling tot 1 januari 2008 berekenen ingevolge artikel 61 van het Besluit prudentiële regels Wftzoals dit luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, met dien verstande dat kredietderivaten worden beschouwd als een post buiten de balanstelling met een volledig risico als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van genoemd artikel.
2. Het bij of krachtens de artikelen 3:18aen 3:74a van de wetbepaalde alsmede het bij of krachtens artikel 24aen paragraaf 10.3 van het Besluit prudentiële regels Wftbepaalde is niet van toepassing op een financiële onderneming die het eerste lid toepast.
3. Een financiële onderneming die het eerste lid toepast, kan het bij of krachtens paragraaf 10.4 van het Besluit prudentiële regels Wftbepaalde buiten beschouwing laten. Indien deze financiële onderneming de genoemde paragraaf niet buiten beschouwing laat, wordt zij voor de toepassing daarvan verondersteld artikel 61 van het Besluit prudentiële regels Wfttoe te passen.
4. Een financiële onderneming die het eerste lid toepast, vermindert het bedrag van het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het operationeel risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit prudentiële regels Wft, met een bedrag dat gelijk is aan het quotiënt van de waarde van de activa en posten buiten de balanstelling waarop het eerste lid wordt toegepast en de waarde van alle activa en posten buiten de balanstelling, vermenigvuldigd met het bedrag van dat solvabiliteitsvereiste.
5. Een financiële onderneming die het eerste lid op alle activa en posten buiten de balanstelling toepast, kan het bij of krachtens hoofdstuk 10 van het Besluit prudentiële regels Wftbepaalde, zoals dat luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van onderhavig besluit, toepassen.
6. Een financiële onderneming die het eerste lid op alle activa en posten buiten de balanstelling toepast, kan in plaats van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 9, 10en 13 van het Besluit prudentiële regels Wfthet bepaalde ingevolge de artikelen 11, tweede lid, 20, derde lid, en 55, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992dan wel de artikelen 1 tot en met 8 van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002, zoals dat luidde op 31 december 2006, toepassen.
2. Het bij of krachtens de artikelen 3:18aen 3:74a van de wetbepaalde alsmede het bij of krachtens artikel 24aen paragraaf 10.3 van het Besluit prudentiële regels Wftbepaalde is niet van toepassing op een financiële onderneming die het eerste lid toepast.
3. Een financiële onderneming die het eerste lid toepast, kan het bij of krachtens paragraaf 10.4 van het Besluit prudentiële regels Wftbepaalde buiten beschouwing laten. Indien deze financiële onderneming de genoemde paragraaf niet buiten beschouwing laat, wordt zij voor de toepassing daarvan verondersteld artikel 61 van het Besluit prudentiële regels Wfttoe te passen.
4. Een financiële onderneming die het eerste lid toepast, vermindert het bedrag van het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het operationeel risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit prudentiële regels Wft, met een bedrag dat gelijk is aan het quotiënt van de waarde van de activa en posten buiten de balanstelling waarop het eerste lid wordt toegepast en de waarde van alle activa en posten buiten de balanstelling, vermenigvuldigd met het bedrag van dat solvabiliteitsvereiste.
5. Een financiële onderneming die het eerste lid op alle activa en posten buiten de balanstelling toepast, kan het bij of krachtens hoofdstuk 10 van het Besluit prudentiële regels Wftbepaalde, zoals dat luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van onderhavig besluit, toepassen.
6. Een financiële onderneming die het eerste lid op alle activa en posten buiten de balanstelling toepast, kan in plaats van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 9, 10en 13 van het Besluit prudentiële regels Wfthet bepaalde ingevolge de artikelen 11, tweede lid, 20, derde lid, en 55, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992dan wel de artikelen 1 tot en met 8 van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002, zoals dat luidde op 31 december 2006, toepassen.