BWBR0020740
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 22
Regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees
1. Het attest uitgebeend vlees wordt in 4-voud uiterlijk op het moment van of direct na de verzegeling van het vervoermiddel, opgemaakt door de ambtenaar van de NVWA die de verzegeling heeft verricht. Er wordt één enkel attest opgemaakt voor de hoeveelheid technische delen waarop de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring betrekking heeft.
2. De ambtenaar van de NVWA die het attest uitgebeend vlees heeft opgemaakt, vermeldt op dat attest:
a. het nummer van het in artikel 14, eerste lid, bedoelde identificatieattest;
b. het overeenkomstig artikel 21, tweede lid, vastgestelde gewicht.
3. De NVWA vermeldt het nummer van het attest uitgebeend vlees op het identificatieattest.
4. Het origineel van het attest uitgebeend vlees vergezelt de partij en wordt door of namens belanghebbende bij het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer overgelegd.
5. De nummers van zowel het identificatieattest als van het attest uitgebeend vlees dienen op bij de aangifte ten invoer onderscheidenlijk op de maandstaat als bedoeld in artikel 3:24 van de Algemene douaneregeling, te worden vermeld.
2. De ambtenaar van de NVWA die het attest uitgebeend vlees heeft opgemaakt, vermeldt op dat attest:
a. het nummer van het in artikel 14, eerste lid, bedoelde identificatieattest;
b. het overeenkomstig artikel 21, tweede lid, vastgestelde gewicht.
3. De NVWA vermeldt het nummer van het attest uitgebeend vlees op het identificatieattest.
4. Het origineel van het attest uitgebeend vlees vergezelt de partij en wordt door of namens belanghebbende bij het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer overgelegd.
5. De nummers van zowel het identificatieattest als van het attest uitgebeend vlees dienen op bij de aangifte ten invoer onderscheidenlijk op de maandstaat als bedoeld in artikel 3:24 van de Algemene douaneregeling, te worden vermeld.