BWBR0020740
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 10
Regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees
1. Het identificatieattest wordt in 3-voud uiterlijk op het moment van of direct na de verzegeling van het vervoermiddel opgemaakt door de ambtenaar van de NVWA die het merk als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, op het vlees heeft aangebracht.
2. De NVWA bewaart een afschrift van een identificatieattest.
3. Het origineel vergezelt de partij en wordt door of namens belanghebbende bij het doen van aangifte ten uitvoer overgelegd.
4. Voor elke partij afkomstig van één slachthuis wordt een afzonderlijk identificatieattest opgemaakt. Een identificatieattest kan hoogstens betrekking hebben op één vervoermiddel.
5. Het nummer van het identificatieattest wordt bij de aangifte ten invoer vermeld.
6. Indien verschillende partijen in één vervoermiddel zijn geladen worden de nummers van de afzonderlijke attesten bij de aangifte ten invoer vermeld.
2. De NVWA bewaart een afschrift van een identificatieattest.
3. Het origineel vergezelt de partij en wordt door of namens belanghebbende bij het doen van aangifte ten uitvoer overgelegd.
4. Voor elke partij afkomstig van één slachthuis wordt een afzonderlijk identificatieattest opgemaakt. Een identificatieattest kan hoogstens betrekking hebben op één vervoermiddel.
5. Het nummer van het identificatieattest wordt bij de aangifte ten invoer vermeld.
6. Indien verschillende partijen in één vervoermiddel zijn geladen worden de nummers van de afzonderlijke attesten bij de aangifte ten invoer vermeld.