BWBR0020611
Geldig vanaf 2017-10-01
Artikel 29
Wet inburgering
1. Onze Minister stelt in de boetebeschikking, bedoeld in artikel 28, een nieuwe termijn van ten hoogste één jaar waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, moet afronden.
2. Onze Minister verlengt de nieuwe termijn, bedoeld in het eerste lid, indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig afronden van het participatieverklaringstraject.
3. De verlenging, bedoeld in het tweede lid, kan telkens voor ten hoogste een jaar worden verleend.
2. Onze Minister verlengt de nieuwe termijn, bedoeld in het eerste lid, indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig afronden van het participatieverklaringstraject.
3. De verlenging, bedoeld in het tweede lid, kan telkens voor ten hoogste een jaar worden verleend.