BWBR0020413
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 23
Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft
1. Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 18, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning als bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de wetaanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar, bevat voor het bijkantoor het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de schadeverzekeraar voornemens is vanuit het bijkantoor te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering en retrocessie;
c. een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
d. een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
e. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:54, eerste en tweede lid, van de wet, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:59, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
f. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan, alsmede, indien een van de te dekken risico’s behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;
g. een uiteenzetting over de structuur van het governancesysteem;
h. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;
i. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;
j. voor de eerste drie boekjaren een raming van de andere dan de in onderdeel f bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
k. voor de eerste drie boekjaren een raming van de premies en van de schaden.
2. De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de schadeverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
a. een opgave van de aard van de risico’s die de schadeverzekeraar voornemens is vanuit het bijkantoor te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering en retrocessie;
c. een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
d. een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
e. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:54, eerste en tweede lid, van de wet, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:59, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
f. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan, alsmede, indien een van de te dekken risico’s behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;
g. een uiteenzetting over de structuur van het governancesysteem;
h. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;
i. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;
j. voor de eerste drie boekjaren een raming van de andere dan de in onderdeel f bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
k. voor de eerste drie boekjaren een raming van de premies en van de schaden.
2. De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de schadeverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.