BWBR0020324
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 8
Regeling toezichtkosten Wet toezicht accountantsorganisaties
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 6, wordt door de minister op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten verlaagd vastgesteld voor de aanvrager die:
a. geen wettelijke controles verricht bij organisaties van openbaar belang;
b. participeert in een stelsel van zelftoezicht en die sedert 1 januari 2003 is getoetst door het College Toetsing Kwaliteit van het NIVRA of de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s van de NOvAA of een ander stelsel van zelftoezicht als genoemd in het tweede lid, onderdeel c, met een eindoordeel als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, van de Verordening op de kwaliteitstoetsing dan wel artikel 11, vierde lid, onderdeel a, van de Verordening op de Periodieke Preventieve Toetsing 2006 van de NOvAA dan wel daaraan gelijk te stellen eindoordeel in een stelsel van zelftoezicht als genoemd in het tweede lid, onderdeel c, waarvan de uitkomst op het tijdstip van de aanvraag is vastgesteld en aan de aanvrager is medegedeeld;
c. jaarlijks niet meer dan vijf wettelijke controles verricht; en
d. overeenkomstig artikel 80, tweede lid, van de wet. een vergunning heeft aangevraagd binnen een maand na inwerkingtreding van de wet.
2. Als een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangemerkt:
a. het Nederlands Instituut van Registeraccountants;
b. de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten;
c. een ander organisatorisch verband van marktpartijen dan bedoeld in de onderdelen a en b dat zich ten doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering door de toezichthouder van het toezicht op de naleving van de wet en daartoe met de toezichthouder een convenant heeft gesloten.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 7, wordt door de minister op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten verlaagd vastgesteld voor de vergunninghouder die participeert in een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel c.
a. geen wettelijke controles verricht bij organisaties van openbaar belang;
b. participeert in een stelsel van zelftoezicht en die sedert 1 januari 2003 is getoetst door het College Toetsing Kwaliteit van het NIVRA of de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s van de NOvAA of een ander stelsel van zelftoezicht als genoemd in het tweede lid, onderdeel c, met een eindoordeel als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, van de Verordening op de kwaliteitstoetsing dan wel artikel 11, vierde lid, onderdeel a, van de Verordening op de Periodieke Preventieve Toetsing 2006 van de NOvAA dan wel daaraan gelijk te stellen eindoordeel in een stelsel van zelftoezicht als genoemd in het tweede lid, onderdeel c, waarvan de uitkomst op het tijdstip van de aanvraag is vastgesteld en aan de aanvrager is medegedeeld;
c. jaarlijks niet meer dan vijf wettelijke controles verricht; en
d. overeenkomstig artikel 80, tweede lid, van de wet. een vergunning heeft aangevraagd binnen een maand na inwerkingtreding van de wet.
2. Als een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangemerkt:
a. het Nederlands Instituut van Registeraccountants;
b. de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten;
c. een ander organisatorisch verband van marktpartijen dan bedoeld in de onderdelen a en b dat zich ten doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering door de toezichthouder van het toezicht op de naleving van de wet en daartoe met de toezichthouder een convenant heeft gesloten.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 7, wordt door de minister op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten verlaagd vastgesteld voor de vergunninghouder die participeert in een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel c.