BWBR0020324
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 7
Regeling toezichtkosten Wet toezicht accountantsorganisaties
1. Ter bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, wordt bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 juli op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten per categorie een tarief vastgesteld. Onze Minister kan daarbij maatstaven hanteren en bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een tarief vaststellen.
2. De Autoriteit Financiële Markten baseert haar voorstel voor het in het eerste lid bedoelde tarief op de kosten die aan de desbetreffende categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 4, en, in voorkomend geval, op de maatstafgegevens die betrekking hebben op het voorafgaande jaar, dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het daaraan voorafgaande jaar of het lopende jaar.
3. De tarieven, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit een jaarlijks voor 1 juli door de minister per categorie vast te stellen minimumbedrag ter dekking van de minimale toezichtkosten per vergunninghouder in de desbetreffende categorie, vermeerderd met een bedrag dat:
a. wordt gebaseerd op de kosten die per categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 4, onder aftrek van het totaal van de aan de desbetreffende categorie in rekening te brengen minimumbedragen; en
b. is doorberekend naar rato van de maatstafgegevens van het voorafgaande jaar dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het lopende jaar of het tweede voorafgaande jaar.
2. De Autoriteit Financiële Markten baseert haar voorstel voor het in het eerste lid bedoelde tarief op de kosten die aan de desbetreffende categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 4, en, in voorkomend geval, op de maatstafgegevens die betrekking hebben op het voorafgaande jaar, dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het daaraan voorafgaande jaar of het lopende jaar.
3. De tarieven, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit een jaarlijks voor 1 juli door de minister per categorie vast te stellen minimumbedrag ter dekking van de minimale toezichtkosten per vergunninghouder in de desbetreffende categorie, vermeerderd met een bedrag dat:
a. wordt gebaseerd op de kosten die per categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 4, onder aftrek van het totaal van de aan de desbetreffende categorie in rekening te brengen minimumbedragen; en
b. is doorberekend naar rato van de maatstafgegevens van het voorafgaande jaar dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het lopende jaar of het tweede voorafgaande jaar.