BWBR0020316
Geldig vanaf 2008-05-30
Artikel 8
Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. De minister wint over aanvragen om een subsidie voor een innoWATOR-project waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregelingof artikel 7afwijzend wordt beslist, het advies in van de Adviescommissie innoWATOR.
2. De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de kwaliteit van de samenwerking beter is, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers, de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie, de betrokkenheid van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie bij het project;
b. het meer bijdraagt aan technologische innovatie, tenminste blijkend uit de mate waarin kennis uit een onderzoeksorganisatie wordt aangewend ten behoeve van het innoWATOR–project;
c. het meer bijdraagt aan het duurzaam Nederlands economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;
d. de betrokkenheid van een relevante beoogde eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie, al of niet als deelnemer in het samenwerkingsverband, groter is;
3. Voor de rangschikking wegen de in het tweede lid vermelde criteria even zwaar.
2. De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de kwaliteit van de samenwerking beter is, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers, de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie, de betrokkenheid van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie bij het project;
b. het meer bijdraagt aan technologische innovatie, tenminste blijkend uit de mate waarin kennis uit een onderzoeksorganisatie wordt aangewend ten behoeve van het innoWATOR–project;
c. het meer bijdraagt aan het duurzaam Nederlands economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;
d. de betrokkenheid van een relevante beoogde eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie, al of niet als deelnemer in het samenwerkingsverband, groter is;
3. Voor de rangschikking wegen de in het tweede lid vermelde criteria even zwaar.