BWBR0020316
Geldig vanaf 2008-05-30
Artikel 4
Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het onderzoek toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht.
1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht.
b. een opslag voor algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de projectkosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
5. Op verzoek van de subsidieontvanger blijven het eerste tot en met het vierde lid buiten toepassing en wordt artikel 5 van de kaderregelingtoegepast.
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het onderzoek toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht.
1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht.
b. een opslag voor algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de projectkosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
5. Op verzoek van de subsidieontvanger blijven het eerste tot en met het vierde lid buiten toepassing en wordt artikel 5 van de kaderregelingtoegepast.