BWBR0020239
Geldig vanaf 2006-09-06
Artikel 5
Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming
Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing:
a. het feitelijk gebruik;
b. de verkavelingssituatie;
c. de ontsluitingssituatie;
d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;
e. de mate van egaliteit van het maaiveld;
f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;
g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;
h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en
i. andere dan agrarische kenmerken.
a. het feitelijk gebruik;
b. de verkavelingssituatie;
c. de ontsluitingssituatie;
d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;
e. de mate van egaliteit van het maaiveld;
f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;
g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;
h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en
i. andere dan agrarische kenmerken.