BWBR0020239
Geldig vanaf 2006-09-06
Artikel 4
Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming
1. De gelijke hoedanigheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken:
a. de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de lagen in de bodem tot ten minste een diepte van 1 meter onder het maaiveld, en
b. de grondwaterkarakteristiek.
2. De gelijke hoedanigheid wordt vastgesteld aan de hand van deelkaarten van de Bodemkaart van Nederland en de Grondwaterkaart van Nederland met een schaal van 1:10.000.
3. In afwijking van het tweede lid kan de gelijke hoedanigheid worden bepaald aan de hand van bodem- of grondwaterkaarten met een kleinere schaal dan 1: 10.000, indien de reconstructie plaatsvindt in een gebied met een grote eenvormigheid van de bodemkenmerken of grondwaterkarakteristiek.
4. Indien geen bodemkaart of grondwaterkaart beschikbaar is kan de gelijke hoedanigheid worden vastgesteld op basis van advies van deskundigen.
a. de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de lagen in de bodem tot ten minste een diepte van 1 meter onder het maaiveld, en
b. de grondwaterkarakteristiek.
2. De gelijke hoedanigheid wordt vastgesteld aan de hand van deelkaarten van de Bodemkaart van Nederland en de Grondwaterkaart van Nederland met een schaal van 1:10.000.
3. In afwijking van het tweede lid kan de gelijke hoedanigheid worden bepaald aan de hand van bodem- of grondwaterkaarten met een kleinere schaal dan 1: 10.000, indien de reconstructie plaatsvindt in een gebied met een grote eenvormigheid van de bodemkenmerken of grondwaterkarakteristiek.
4. Indien geen bodemkaart of grondwaterkaart beschikbaar is kan de gelijke hoedanigheid worden vastgesteld op basis van advies van deskundigen.