BWBR0020149
Geldig vanaf 2006-08-16
Artikel 4
Regeling Rijkshuisvestingsberaad 2006
1. Het Rijkshuisvestingsberaad overlegt over rijkshuisvestingsaangelegenheden en adviseert de minister gevraagd en ongevraagd op strategisch niveau ten aanzien van de rijkshuisvesting in algemene zin en de belangen van de gebruikers van rijkshuisvesting in het bijzonder.
2. De advisering betreft onder meer de volgende onderwerpen:
a. de doelmatigheid van het rijkshuisvestingsstelsel;
b. het proces en de procedures aangaande de rijkshuisvesting;
c. de ontwikkeling van het producten- en dienstenpakket van de dienst;
d. het rijkshuisvestingsbeleid, voor zover het de strategische kaders en de normering betreft;
e. de wettelijke voorschriften die de rijkshuisvesting betreffen of raken.
3. Het Rijkshuisvestingsberaad brengt zijn adviezen schriftelijk uit. Bij besluitvorming door de minister aangaande de hiervoor genoemde onderwerpen wordt door hem aangegeven of en in welke mate van de adviezen van het Rijkshuisvestingsberaad is gebruikgemaakt.
4. Het Rijkshuisvestingsberaad doet op verzoek van de minister dan wel op eigen initiatief, voorstellen aan de minister tot herziening van deze regeling.
2. De advisering betreft onder meer de volgende onderwerpen:
a. de doelmatigheid van het rijkshuisvestingsstelsel;
b. het proces en de procedures aangaande de rijkshuisvesting;
c. de ontwikkeling van het producten- en dienstenpakket van de dienst;
d. het rijkshuisvestingsbeleid, voor zover het de strategische kaders en de normering betreft;
e. de wettelijke voorschriften die de rijkshuisvesting betreffen of raken.
3. Het Rijkshuisvestingsberaad brengt zijn adviezen schriftelijk uit. Bij besluitvorming door de minister aangaande de hiervoor genoemde onderwerpen wordt door hem aangegeven of en in welke mate van de adviezen van het Rijkshuisvestingsberaad is gebruikgemaakt.
4. Het Rijkshuisvestingsberaad doet op verzoek van de minister dan wel op eigen initiatief, voorstellen aan de minister tot herziening van deze regeling.