BWBR0020128
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 8
Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB
1. Bij opzettelijke niet-nalevingen bedraagt de korting voor die niet-naleving van een eis of norm in de regel 20%.
2. De beoordeling van opzet gebeurt in ieder geval aan de hand van de volgende criteria:
a. in de omschrijving van de betrokken randvoorwaarde wordt een rechtstreeks verband met de opzettelijkheid van de niet-naleving gelegd;
b. de mate van complexiteit van de betreffende randvoorwaarde;
c. de vraag of er sprake is van langdurig bestendig beleid;
d. de vraag of er sprake is van een actieve handeling dan wel bewust nalaten van een handeling;
e. de omstandigheid dat de landbouwer reeds eerder op de hoogte is gesteld van onvolkomenheden in de naleving ten aanzien van de betreffende randvoorwaarde;
f. de mate waarin de randvoorwaarde niet wordt nageleefd.
3. Op basis van beoordeling op de 4 criteria, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan de minister adviseren het kortingspercentage op het niveau van een randvoorwaardenterrein te verlagen tot niet minder dan 15% of te verhogen tot ten hoogste 100%.
4. Indien de opzettelijke niet-naleving betrekking heeft op een specifieke steunregeling, wordt de landbouwer hiervoor voor het betrokken kalenderjaar uitgesloten. Dit betreft in ieder geval niet-naleving van de bepalingen van
a. Bijlage II, Punt B, onderdeel 9, van Verordening 73/2009 voor de specifieke steunregelingen, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, en
b. Bijlage II, Punt A, onderdeel 7 en Punt B, onderdeel 10, van Verordening 73/2009 voor de specifieke steunregeling artikel 2, onderdeel c, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.
2. De beoordeling van opzet gebeurt in ieder geval aan de hand van de volgende criteria:
a. in de omschrijving van de betrokken randvoorwaarde wordt een rechtstreeks verband met de opzettelijkheid van de niet-naleving gelegd;
b. de mate van complexiteit van de betreffende randvoorwaarde;
c. de vraag of er sprake is van langdurig bestendig beleid;
d. de vraag of er sprake is van een actieve handeling dan wel bewust nalaten van een handeling;
e. de omstandigheid dat de landbouwer reeds eerder op de hoogte is gesteld van onvolkomenheden in de naleving ten aanzien van de betreffende randvoorwaarde;
f. de mate waarin de randvoorwaarde niet wordt nageleefd.
3. Op basis van beoordeling op de 4 criteria, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan de minister adviseren het kortingspercentage op het niveau van een randvoorwaardenterrein te verlagen tot niet minder dan 15% of te verhogen tot ten hoogste 100%.
4. Indien de opzettelijke niet-naleving betrekking heeft op een specifieke steunregeling, wordt de landbouwer hiervoor voor het betrokken kalenderjaar uitgesloten. Dit betreft in ieder geval niet-naleving van de bepalingen van
a. Bijlage II, Punt B, onderdeel 9, van Verordening 73/2009 voor de specifieke steunregelingen, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, en
b. Bijlage II, Punt A, onderdeel 7 en Punt B, onderdeel 10, van Verordening 73/2009 voor de specifieke steunregeling artikel 2, onderdeel c, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.