BWBR0020128
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 6
Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB
De berekening van de korting vindt als volgt plaats:
a. De beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, leidt tot een initiële korting per randvoorwaarde die is weergegeven in de kolom ‘initiële korting’ in de bijlage.
b. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van hetzelfde besluit of dezelfde norm worden die niet-nalevingen voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per besluit of norm de niet-naleving met de hoogste initiële korting als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage wordt genomen.
c. Per besluit of norm wordt overeenkomstig artikel 66, eerste lid, tweede alinea, van verordening 796/2004 beoordeeld of er factoren zijn die tot een verhoging of een verlaging van het in onderdeel b vastgestelde kortingspercentage moet leiden. In dat geval dient het verhoogde dan wel verlaagde kortingspercentage als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage. Indien de niet-naleving van gering belang wordt beschouwd, wordt ten aanzien van het desbetreffende besluit of desbetreffende norm geen korting toegepast.
d. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van verschillende besluiten of normen die tot hetzelfde terrein van randvoorwaarden behoren worden die gevallen, na toepassing van onderdeel b en c, voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per terrein van randvoorwaarden de niet-naleving met de hoogste korting als uitgangspunt voor de berekening van de korting wordt genomen.
e. De uit onderdeel d voortvloeiende kortingspercentages worden bij elkaar opgeteld. De maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen op alle terreinen en over het totale bedrag aan de toe te kennen steun is niet hoger dan 5%, tenzij sprake is van herhaalde of opzettelijke niet-naleving van een randvoorwaarde.
a. De beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, leidt tot een initiële korting per randvoorwaarde die is weergegeven in de kolom ‘initiële korting’ in de bijlage.
b. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van hetzelfde besluit of dezelfde norm worden die niet-nalevingen voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per besluit of norm de niet-naleving met de hoogste initiële korting als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage wordt genomen.
c. Per besluit of norm wordt overeenkomstig artikel 66, eerste lid, tweede alinea, van verordening 796/2004 beoordeeld of er factoren zijn die tot een verhoging of een verlaging van het in onderdeel b vastgestelde kortingspercentage moet leiden. In dat geval dient het verhoogde dan wel verlaagde kortingspercentage als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage. Indien de niet-naleving van gering belang wordt beschouwd, wordt ten aanzien van het desbetreffende besluit of desbetreffende norm geen korting toegepast.
d. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van verschillende besluiten of normen die tot hetzelfde terrein van randvoorwaarden behoren worden die gevallen, na toepassing van onderdeel b en c, voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per terrein van randvoorwaarden de niet-naleving met de hoogste korting als uitgangspunt voor de berekening van de korting wordt genomen.
e. De uit onderdeel d voortvloeiende kortingspercentages worden bij elkaar opgeteld. De maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen op alle terreinen en over het totale bedrag aan de toe te kennen steun is niet hoger dan 5%, tenzij sprake is van herhaalde of opzettelijke niet-naleving van een randvoorwaarde.