BWBR0020128
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 7
Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB
1. Indien er sprake is van herhaalde niet-nalevingen als bedoeld in artikel 41 van verordening 796/2004, geldt dat het kortingspercentage voor de herhaalde niet-naleving als volgt wordt berekend:
a. Voor de eerste herhaalde niet-naleving: beoordeeld wordt of het initiële kortingspercentage als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, voor de herhaalde niet-naleving verhoogd of verlaagd moet worden, al naar gelang de situatie ten opzichte van de vorige niet-naleving verbeterd of verslechterd is. De uitkomst van die beoordeling wordt vermenigvuldigd met de factor drie.
b. Voor de tweede en verdere herhaalde niet-nalevingen: het percentage dat is opgelegd voor de voorgaande herhaling wordt vermenigvuldigd met de factor drie.
2. Het kortingspercentage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt in totaal ten hoogste 15%.
3. Bij de toepassing van het in het tweede lid bedoelde kortingspercentage van 15% deelt de minister de landbouwer schriftelijk mee dat een volgende niet-naleving van de desbetreffende eis of norm zal worden beschouwd als een opzettelijke niet-naleving.
4. In het geval dat een herhaalde niet-naleving wordt geconstateerd samen met een andere niet-naleving of een andere herhaalde niet-naleving worden de daaruit voortvloeiende kortingspercentages bij elkaar opgeteld. Onverminderd het bepaalde in de derde alinea, is de maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen niet hoger dan 15% van het totale bedrag aan de toe te kennen steun, tenzij sprake is van opzettelijke niet-naleving.
5. Niet-nalevingen die zijn geconstateerd vóór 1 januari 2008 ten aanzien van de randvoorwaarden onder respectievelijk:
a. punt 3,
b. punt 6,
c. punten 7 en 8,
d. punt 8bis,
e. punt 9,
f. punten 13 tot en met 15 van bijlage III van verordening 1782/2003 en
g. het onderdeel bodemerosie, als bedoeld in bijlage IV van verordening 1782/2003,
worden voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van herhaling beschouwd als niet-nalevingen van de onderdelen respectievelijk:
a. 3,
b. 6,
c. 7,
d. 8,
e. 9,
f. 15 en
g. 20
van de bijlage zoals deze vanaf 1 januari 2008 luidt.
a. Voor de eerste herhaalde niet-naleving: beoordeeld wordt of het initiële kortingspercentage als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, voor de herhaalde niet-naleving verhoogd of verlaagd moet worden, al naar gelang de situatie ten opzichte van de vorige niet-naleving verbeterd of verslechterd is. De uitkomst van die beoordeling wordt vermenigvuldigd met de factor drie.
b. Voor de tweede en verdere herhaalde niet-nalevingen: het percentage dat is opgelegd voor de voorgaande herhaling wordt vermenigvuldigd met de factor drie.
2. Het kortingspercentage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt in totaal ten hoogste 15%.
3. Bij de toepassing van het in het tweede lid bedoelde kortingspercentage van 15% deelt de minister de landbouwer schriftelijk mee dat een volgende niet-naleving van de desbetreffende eis of norm zal worden beschouwd als een opzettelijke niet-naleving.
4. In het geval dat een herhaalde niet-naleving wordt geconstateerd samen met een andere niet-naleving of een andere herhaalde niet-naleving worden de daaruit voortvloeiende kortingspercentages bij elkaar opgeteld. Onverminderd het bepaalde in de derde alinea, is de maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen niet hoger dan 15% van het totale bedrag aan de toe te kennen steun, tenzij sprake is van opzettelijke niet-naleving.
5. Niet-nalevingen die zijn geconstateerd vóór 1 januari 2008 ten aanzien van de randvoorwaarden onder respectievelijk:
a. punt 3,
b. punt 6,
c. punten 7 en 8,
d. punt 8bis,
e. punt 9,
f. punten 13 tot en met 15 van bijlage III van verordening 1782/2003 en
g. het onderdeel bodemerosie, als bedoeld in bijlage IV van verordening 1782/2003,
worden voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van herhaling beschouwd als niet-nalevingen van de onderdelen respectievelijk:
a. 3,
b. 6,
c. 7,
d. 8,
e. 9,
f. 15 en
g. 20
van de bijlage zoals deze vanaf 1 januari 2008 luidt.