De hoogte van het bedrag, bedoeld in
artikel 22, tweede lid, van de regelingwordt, voor zover het onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staande instellingen betreft, vastgesteld op:
a. € 0 voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
b. € 0 voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en die niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
c. € 0 voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder i, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 ten aanzien waarvan een kennisgeving is ontvangen overeenkomstig dat artikel;
d. € 0 voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder j, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die een kennisgeving hebben gezonden overeenkomstig dat artikel;
e. € 96 voor effecteninstellingen waarop een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 12 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995;
f. € 550 voor effecteninstellingen waarop een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 14 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995;
g. € 0 voor effecteninstellingen waarop een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 15 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995;
h. onverminderd onderdeel o, € 100 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 1º, van de regeling;
i. onverminderd onderdeel p, € 200 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 2º, van de regeling;
j. € 2.370 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 3, van de regeling;
k. € 0 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel e, onder 1, van de regeling;
l. € 3.580 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel e, onder 2, van de regeling;
m. € 115 voor interprofessionele beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen;
n. € 0 voor onderlinge waarborgmaatschappijen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994;
o. € 750 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 1º, van de regeling, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 47 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
p. € 351 voor instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 2°, van de regeling, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 47 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.