BWBR0020099
Geldig vanaf 2006-07-27
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006
1. De subsidieontvanger geeft binnen ten hoogste zes maanden na de subsidieverlening opdracht tot uitvoering van het CO 2-reductieproject.
2. De subsidieontvanger installeert de voorzieningen in het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft en neemt deze in gebruik uiterlijk op 31 december 2008.
3. De subsidieontvanger kan de minister onder opgave van redenen verzoeken hem van de in het eerste of tweede lid bedoelde periode, respectievelijk datum, ontheffing te verlenen. Een ontheffing kan uitsluitend worden verleend in geval van bijzondere, niet aan de subsidieontvanger te wijten omstandigheden die leiden tot vertraging in de opdrachtverlening, respectievelijk uitvoering, van het project, met dien verstande dat de installatie en ingebruikneming, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk op 30 juni 2009 moeten hebben plaatsgevonden.
4. De minister kan de ontheffing, bedoeld in het derde lid, onder voorwaarden verlenen.
2. De subsidieontvanger installeert de voorzieningen in het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft en neemt deze in gebruik uiterlijk op 31 december 2008.
3. De subsidieontvanger kan de minister onder opgave van redenen verzoeken hem van de in het eerste of tweede lid bedoelde periode, respectievelijk datum, ontheffing te verlenen. Een ontheffing kan uitsluitend worden verleend in geval van bijzondere, niet aan de subsidieontvanger te wijten omstandigheden die leiden tot vertraging in de opdrachtverlening, respectievelijk uitvoering, van het project, met dien verstande dat de installatie en ingebruikneming, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk op 30 juni 2009 moeten hebben plaatsgevonden.
4. De minister kan de ontheffing, bedoeld in het derde lid, onder voorwaarden verlenen.