BWBR0020046
Geldig vanaf 2006-07-23
Artikel 2.4
Tijdelijke stimuleringsregeling EVC in het HBO
1. In de begroting worden onderscheiden:
a. de organisatiekosten tot 1 oktober 2007 voor: 1°. werving van nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten;
2°. ontwikkeling van nieuwe EVC-methodieken en aanpassing van bestaande EVC-methodieken; en
3°. inbedding van EVC-trajecten in de opleidingsstructuur; en
1°. werving van nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten;
2°. ontwikkeling van nieuwe EVC-methodieken en aanpassing van bestaande EVC-methodieken; en
3°. inbedding van EVC-trajecten in de opleidingsstructuur; en
b. voor zover van toepassing, de verdeling van de kosten over de verschillende partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
2. In de kosten worden onderscheiden:
a. loonkosten verbonden aan de inzet van eigen personeel van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
b. kosten voor gebruikmaking van diensten van derden;
c. materiële kosten; en
d. kosten voor overhead.
a. de organisatiekosten tot 1 oktober 2007 voor: 1°. werving van nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten;
2°. ontwikkeling van nieuwe EVC-methodieken en aanpassing van bestaande EVC-methodieken; en
3°. inbedding van EVC-trajecten in de opleidingsstructuur; en
1°. werving van nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten;
2°. ontwikkeling van nieuwe EVC-methodieken en aanpassing van bestaande EVC-methodieken; en
3°. inbedding van EVC-trajecten in de opleidingsstructuur; en
b. voor zover van toepassing, de verdeling van de kosten over de verschillende partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
2. In de kosten worden onderscheiden:
a. loonkosten verbonden aan de inzet van eigen personeel van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
b. kosten voor gebruikmaking van diensten van derden;
c. materiële kosten; en
d. kosten voor overhead.