BWBR0020046
Geldig vanaf 2006-07-23
Artikel 2.3
Tijdelijke stimuleringsregeling EVC in het HBO
Het activiteitenplan omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en voorziet ten minste in:
a. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de bestaande activiteiten en voorzieningen van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt, op het gebied van eerder verworven competenties, te weten: 1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC-trajecten in 2005;
1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC-trajecten in 2005;
b. de per 1 oktober 2007 beoogde resultaten in termen van: 1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
c. voor zover van toepassing, de verdeling van taken binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
d. een beschrijving van de acquisitie- en pr-activiteiten en de verspreiding van resultaten;
e. een beschrijving van de wijze waarop: 1°. de kandidaten geworven gaan worden;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden;
4°. het kwaliteitsmodel EVC van het Kenniscentrum EVC te Utrecht wordt gehanteerd; en
5°. de te realiseren EVC-trajecten na afloop van de periode waarop de subsidieverlening ziet duurzaam zullen worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
1°. de kandidaten geworven gaan worden;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden;
4°. het kwaliteitsmodel EVC van het Kenniscentrum EVC te Utrecht wordt gehanteerd; en
5°. de te realiseren EVC-trajecten na afloop van de periode waarop de subsidieverlening ziet duurzaam zullen worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
a. een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de bestaande activiteiten en voorzieningen van de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, van de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt, op het gebied van eerder verworven competenties, te weten: 1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC-trajecten in 2005;
1°. de beschikbaarheid van EVC-methodieken;
2°. de beschikbaarheid van EVC-expertise; en
3°. het aantal deelnemers aan EVC-trajecten in 2005;
b. de per 1 oktober 2007 beoogde resultaten in termen van: 1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
1°. het aantal ontwikkelde methodieken en voor welke opleidingen;
2°. de toename van EVC-expertise;
3°. het aantal nieuwe deelnemers aan EVC-trajecten; en
4°. de realisatie van een bij de vraag passend aanbod van EVC-methodieken;
c. voor zover van toepassing, de verdeling van taken binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt;
d. een beschrijving van de acquisitie- en pr-activiteiten en de verspreiding van resultaten;
e. een beschrijving van de wijze waarop: 1°. de kandidaten geworven gaan worden;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden;
4°. het kwaliteitsmodel EVC van het Kenniscentrum EVC te Utrecht wordt gehanteerd; en
5°. de te realiseren EVC-trajecten na afloop van de periode waarop de subsidieverlening ziet duurzaam zullen worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.
1°. de kandidaten geworven gaan worden;
2°. er maximaal gebruik wordt gemaakt van elders of eerder ontwikkelde instrumenten, methodieken en materialen;
3°. een EVC-traject als een opzichzelfstaande voorziening wordt aangeboden;
4°. het kwaliteitsmodel EVC van het Kenniscentrum EVC te Utrecht wordt gehanteerd; en
5°. de te realiseren EVC-trajecten na afloop van de periode waarop de subsidieverlening ziet duurzaam zullen worden aangeboden door de subsidieaanvrager en, voor zover van toepassing, door de overige partijen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, waar de subsidieaanvrager deel van uit maakt.