BWBR0020046
Geldig vanaf 2006-07-23
Artikel 1.1
Tijdelijke stimuleringsregeling EVC in het HBO
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. verworven competenties: door werkervaring of op andere wijze verworven kennis, vaardigheden en competenties;
b. EVC-methodiek: methodiek door middel waarvan verworven competenties van iemand in kaart worden gebracht;
c. EVC-traject: traject waarin een EVC-methodiek wordt gehanteerd;
d. EVC-voorziening: geheel aan EVC-methodieken en EVC-expertise van een hogeschool;
e. EVC-expertise: deskundigheid binnen een hogeschool, die noodzakelijk is om EVC-methodieken te kunnen hanteren volgens het kwaliteitsmodel van het Kenniscentrum EVC te Utrecht;
f. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
g. Opleidings- en Ontwikkelingsfonds: door werkgevers en werknemers in het leven geroepen, dan wel beheerd, samenwerkingsverband per bedrijfstak of onderneming;
h. werkgever: natuurlijk persoon of rechtspersoon in wiens dienst dan wel voor wie een werknemer arbeid verricht;
i. hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool;
j. opleidingsinfrastructuur: het totale aanbod van opleidingen, de transitiemogelijkheden tussen opleidingen en de wijze waarop de opleidingen worden aangeboden naar vorm, plaats en tijd.
a. verworven competenties: door werkervaring of op andere wijze verworven kennis, vaardigheden en competenties;
b. EVC-methodiek: methodiek door middel waarvan verworven competenties van iemand in kaart worden gebracht;
c. EVC-traject: traject waarin een EVC-methodiek wordt gehanteerd;
d. EVC-voorziening: geheel aan EVC-methodieken en EVC-expertise van een hogeschool;
e. EVC-expertise: deskundigheid binnen een hogeschool, die noodzakelijk is om EVC-methodieken te kunnen hanteren volgens het kwaliteitsmodel van het Kenniscentrum EVC te Utrecht;
f. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
g. Opleidings- en Ontwikkelingsfonds: door werkgevers en werknemers in het leven geroepen, dan wel beheerd, samenwerkingsverband per bedrijfstak of onderneming;
h. werkgever: natuurlijk persoon of rechtspersoon in wiens dienst dan wel voor wie een werknemer arbeid verricht;
i. hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool;
j. opleidingsinfrastructuur: het totale aanbod van opleidingen, de transitiemogelijkheden tussen opleidingen en de wijze waarop de opleidingen worden aangeboden naar vorm, plaats en tijd.