BWBR0020043
Geldig vanaf 2009-12-22
Artikel 2
Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij
1. Deze regeling is van toepassing op de vissoorten, bedoeld in:
a. bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PbEG L 365);
b. bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1993 inzake de indiening van de vangsten en de visserijactiviteit van de Lid-Staten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PbEG L 186) en
c. bijlage 4 van Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten in bepaalde gebieden buiten de Noordatlantische Oceaan (PbEG L 270).
2. Voor de toepassing van het bepaalde in deze regeling vindt het aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig, buitenlands vissersvaartuig of het vissersvaartuig dat de vlag voert van, dan wel geregistreerd is in een derde land, direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.
a. bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PbEG L 365);
b. bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1993 inzake de indiening van de vangsten en de visserijactiviteit van de Lid-Staten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PbEG L 186) en
c. bijlage 4 van Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten in bepaalde gebieden buiten de Noordatlantische Oceaan (PbEG L 270).
2. Voor de toepassing van het bepaalde in deze regeling vindt het aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig, buitenlands vissersvaartuig of het vissersvaartuig dat de vlag voert van, dan wel geregistreerd is in een derde land, direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.