BWBR0019919
Geldig vanaf 2007-06-01
Artikel 14
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
1. Onze betrokken Minister draagt zorg voor de behandeling van een klacht over een gedraging van een opsporingsambtenaar. Onze betrokken Minister stelt nadere regels vast over de behandeling van klachten over gedragingen van opsporingsambtenaren.
2. In een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid, wordt voorzien in:
a. de instelling van een commissie, bestaande uit onafhankelijke leden, die overeenkomstig Hoofdstuk 9, afdeling 9.1.3, van de Algemene wet bestuursrecht, is belast met de behandeling van klachten en advisering over de afhandeling daarvan;
b. de registratie van de ingediende klachten en, indien beschikbaar, de daarop genomen beslissingen, alsmede
c. een jaarlijkse publicatie van de geregistreerde klachten en beslissingen.
2. In een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid, wordt voorzien in:
a. de instelling van een commissie, bestaande uit onafhankelijke leden, die overeenkomstig Hoofdstuk 9, afdeling 9.1.3, van de Algemene wet bestuursrecht, is belast met de behandeling van klachten en advisering over de afhandeling daarvan;
b. de registratie van de ingediende klachten en, indien beschikbaar, de daarop genomen beslissingen, alsmede
c. een jaarlijkse publicatie van de geregistreerde klachten en beslissingen.