BWBR0019438
Geldig vanaf 2006-01-29
Artikel 3
Subsidieregeling Stichting CAOP
1. De subsidie wordt verstrekt voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten:
a. de secretariële en administratieve ondersteuning van: – de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst;
– de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de daaronder ressorterende commissies;
– de Bedrijfscommissie Overheid;
– de Commissie Integriteit Rijksoverheid;
– de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst;
– de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de daaronder ressorterende commissies;
– de Bedrijfscommissie Overheid;
– de Commissie Integriteit Rijksoverheid;
b. de secretariële en administratieve ondersteuning van: – de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering;
– de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren;
– de Adviescommissie Veiligheidsonderzoeken;
– de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering;
– de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren;
– de Adviescommissie Veiligheidsonderzoeken;
c. onderzoek en voorlichting op het terrein van de arbeidsverhoudingen bij de overheid waaronder het doen van onderzoek in het kader van de Stichting Albeda Leerstoel en de Stichting Ien Dales Leerstoel;
d. het verrichten van faciliterende werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het overheidsbeleid inzake integriteitbevordering in de openbare sector of die dienstig zijn aan overheden die uitvoering geven aan de beleidsthema’s ‘Veilige Publieke Taak’, ‘Topinkomens’ en ‘Diversiteit’.
2. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden tevens verstaan de infrastructurele kosten voor zover deze volgens de normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, aan de in dat lid genoemde activiteiten kunnen worden toegerekend. De jaarlijkse afschrijvingskosten van bedrijfsmiddelen dienen in overeenstemming te zijn met de werkelijke gebruiksduur, die wordt gesteld op ten minste vijf jaar.
a. de secretariële en administratieve ondersteuning van: – de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst;
– de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de daaronder ressorterende commissies;
– de Bedrijfscommissie Overheid;
– de Commissie Integriteit Rijksoverheid;
– de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst;
– de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de daaronder ressorterende commissies;
– de Bedrijfscommissie Overheid;
– de Commissie Integriteit Rijksoverheid;
b. de secretariële en administratieve ondersteuning van: – de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering;
– de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren;
– de Adviescommissie Veiligheidsonderzoeken;
– de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering;
– de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren;
– de Adviescommissie Veiligheidsonderzoeken;
c. onderzoek en voorlichting op het terrein van de arbeidsverhoudingen bij de overheid waaronder het doen van onderzoek in het kader van de Stichting Albeda Leerstoel en de Stichting Ien Dales Leerstoel;
d. het verrichten van faciliterende werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het overheidsbeleid inzake integriteitbevordering in de openbare sector of die dienstig zijn aan overheden die uitvoering geven aan de beleidsthema’s ‘Veilige Publieke Taak’, ‘Topinkomens’ en ‘Diversiteit’.
2. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden tevens verstaan de infrastructurele kosten voor zover deze volgens de normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, aan de in dat lid genoemde activiteiten kunnen worden toegerekend. De jaarlijkse afschrijvingskosten van bedrijfsmiddelen dienen in overeenstemming te zijn met de werkelijke gebruiksduur, die wordt gesteld op ten minste vijf jaar.