BWBR0019438
Geldig vanaf 2006-01-29
Artikel 13
Subsidieregeling Stichting CAOP
1. De Minister stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de Minister de Stichting CAOP daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
2. De subsidie wordt overeenkomstig de subsidieverlening vastgesteld.
3. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a. de Stichting CAOP niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
b. de Stichting CAOP onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
c. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de Stichting CAOP dit wist of behoorde te weten.
4. Kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.
5. De subsidie wordt uitbetaald onder verrekening van het reeds betaalde voorschot.
2. De subsidie wordt overeenkomstig de subsidieverlening vastgesteld.
3. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a. de Stichting CAOP niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
b. de Stichting CAOP onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
c. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de Stichting CAOP dit wist of behoorde te weten.
4. Kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.
5. De subsidie wordt uitbetaald onder verrekening van het reeds betaalde voorschot.