BWBR0019438
Geldig vanaf 2006-01-29
Artikel 12
Subsidieregeling Stichting CAOP
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar ingediend.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:
a. een financieel verslag en een jaarrekening, als bedoeld in artikel 361 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een activiteitenverslag;
c. een accountantsverklaring met betrekking tot de documenten bedoeld onder a, en
d. een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3. De in het tweede lid genoemde verantwoordingsdocumenten geven in elk geval inzicht in:
a. de kwantiteit van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, de daarvoor benodigde middelen en de daarbij behorende infrastructurele kosten uitgesplitst per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarbij de activiteit, bedoeld onder c, nader wordt gespecificeerd;
b. de kwalitatieve beoordeling van de in artikel 3 genoemde activiteiten door de Stichting Verbond voor Sectorwerkgevers Overheid, de centrales van overheidspersoneel en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. de omvang van de egalisatiereserve op 31 december van het boekjaar.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:
a. een financieel verslag en een jaarrekening, als bedoeld in artikel 361 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een activiteitenverslag;
c. een accountantsverklaring met betrekking tot de documenten bedoeld onder a, en
d. een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3. De in het tweede lid genoemde verantwoordingsdocumenten geven in elk geval inzicht in:
a. de kwantiteit van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, de daarvoor benodigde middelen en de daarbij behorende infrastructurele kosten uitgesplitst per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarbij de activiteit, bedoeld onder c, nader wordt gespecificeerd;
b. de kwalitatieve beoordeling van de in artikel 3 genoemde activiteiten door de Stichting Verbond voor Sectorwerkgevers Overheid, de centrales van overheidspersoneel en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. de omvang van de egalisatiereserve op 31 december van het boekjaar.