BWBR0019335
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 5
Regeling effectief kredietvergoedingspercentage 2006
1. Voor overeenkomsten inzake krediet waarbij de betalingstermijn en het termijngedrag gedurende de looptijd gelijk blijven, wordt het effectief kredietvergoedingspercentage berekend als volgt:
p= [(1 + im) m– 1] .100,
waarbij de waarde van imwordt berekend met de volgende formule:
In deze formules is:
p: het effectief kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
i m: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;
m: het aantal betalingstermijnen per jaar;
K: de kredietsom;
T: het termijnbedrag;
n: de looptijd, uitgedrukt in het aantal betalingstermijnen.
2. Voor overeenkomsten inzake krediet, niet zijnde doorlopende krediet, wordt bij de berekening van het effectief kredietvergoedingspercentage de berekening in het eerste lid toegepast. Bij die berekening wordt ervan uitgegaan dat de eerste betalingstermijn, onderscheidenlijk het eerste of het laatste termijnbedrag, gelijk zijn aan de overige betalingstermijnen, onderscheidenlijk termijnbedragen, indien:
a. de eerste betalingstermijn afwijkt van de overige betalingstermijnen, voor zover deze afwijking tot gevolg heeft dat het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, terwijl de overige betalingstermijnen en termijnbedragen gedurende de looptijd gelijk blijven, of
b. slechts het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, indien deze afwijking een gevolg is van afrondingen.
p= [(1 + im) m– 1] .100,
waarbij de waarde van imwordt berekend met de volgende formule:
In deze formules is:
p: het effectief kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
i m: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;
m: het aantal betalingstermijnen per jaar;
K: de kredietsom;
T: het termijnbedrag;
n: de looptijd, uitgedrukt in het aantal betalingstermijnen.
2. Voor overeenkomsten inzake krediet, niet zijnde doorlopende krediet, wordt bij de berekening van het effectief kredietvergoedingspercentage de berekening in het eerste lid toegepast. Bij die berekening wordt ervan uitgegaan dat de eerste betalingstermijn, onderscheidenlijk het eerste of het laatste termijnbedrag, gelijk zijn aan de overige betalingstermijnen, onderscheidenlijk termijnbedragen, indien:
a. de eerste betalingstermijn afwijkt van de overige betalingstermijnen, voor zover deze afwijking tot gevolg heeft dat het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, terwijl de overige betalingstermijnen en termijnbedragen gedurende de looptijd gelijk blijven, of
b. slechts het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, indien deze afwijking een gevolg is van afrondingen.