BWBR0019335
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 2
Regeling effectief kredietvergoedingspercentage 2006
1. Bij de in de hoofdstukken 2en 3geregelde berekeningen wordt ervan uitgegaan dat:
a. de overeenkomst inzake krediet overeenkomstig de bij het aangaan van de overeenkomst inzake krediet vastgestelde hoogte van de termijnbedragen en lengte en aantal van de betalingstermijnen wordt afgewikkeld, en
b. de kredietvergoeding gedurende de looptijd van de overeenkomst gelijk blijft, tenzij bij het aangaan van de overeenkomst is vastgesteld wanneer de kredietvergoeding zal wijzigen en wat de hoogte van de kredietvergoeding door die wijziging zal worden.
2. Bij de in hoofdstuk 2geregelde berekeningen wordt er, voor zover het overeenkomsten inzake doorlopend krediet betreft, van uitgegaan dat:
a. het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de aanbieder van krediet de geldsom ter beschikking wordt gesteld of met het verschaffen van het genot van de zaak of het verlenen van de dienst een aanvang wordt gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet, en
b. het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het in rekening brengen van de kredietvergoeding.
a. de overeenkomst inzake krediet overeenkomstig de bij het aangaan van de overeenkomst inzake krediet vastgestelde hoogte van de termijnbedragen en lengte en aantal van de betalingstermijnen wordt afgewikkeld, en
b. de kredietvergoeding gedurende de looptijd van de overeenkomst gelijk blijft, tenzij bij het aangaan van de overeenkomst is vastgesteld wanneer de kredietvergoeding zal wijzigen en wat de hoogte van de kredietvergoeding door die wijziging zal worden.
2. Bij de in hoofdstuk 2geregelde berekeningen wordt er, voor zover het overeenkomsten inzake doorlopend krediet betreft, van uitgegaan dat:
a. het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de aanbieder van krediet de geldsom ter beschikking wordt gesteld of met het verschaffen van het genot van de zaak of het verlenen van de dienst een aanvang wordt gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet, en
b. het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het in rekening brengen van de kredietvergoeding.