BWBR0019309
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 4
Regeling verplichte beroepspensioenregeling
1. De aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, van de wetbevat:
a. vermelding van de beroepspensioenvereniging die om de intrekking van de verplichtstelling vraagt; en
b. een toelichting op de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling;
c. een opgave van: 1º. het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft, als mede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;
2º. het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft;
1º. het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft, als mede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;
2º. het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft;
d. een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, die in ieder geval het volgende bevat: 1º. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel c, onder 1º en 2º;
2º. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;
3º. een opgave van de wijze van meting;
4º. een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;
5º. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.
1º. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel c, onder 1º en 2º;
2º. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;
3º. een opgave van de wijze van meting;
4º. een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;
5º. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.
2. Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling voor één of meer bepaalde groepen van beroepsgenoten, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, tevens:
a. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou komen te luiden na de gewenste intrekking van de verplichtstelling voor één of meer bepaalde groepen van beroepsgenoten, op diskette, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;
b. een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld in onderdeel a, in viervoud; en
c. een actuariële berekening waaruit de financiële gevolgen van de gedeeltelijke intrekking voor de pensioenuitvoerder blijken.
a. vermelding van de beroepspensioenvereniging die om de intrekking van de verplichtstelling vraagt; en
b. een toelichting op de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling;
c. een opgave van: 1º. het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft, als mede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;
2º. het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft;
1º. het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft, als mede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;
2º. het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft;
d. een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, die in ieder geval het volgende bevat: 1º. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel c, onder 1º en 2º;
2º. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;
3º. een opgave van de wijze van meting;
4º. een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;
5º. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.
1º. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel c, onder 1º en 2º;
2º. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;
3º. een opgave van de wijze van meting;
4º. een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;
5º. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.
2. Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling voor één of meer bepaalde groepen van beroepsgenoten, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, tevens:
a. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou komen te luiden na de gewenste intrekking van de verplichtstelling voor één of meer bepaalde groepen van beroepsgenoten, op diskette, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;
b. een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld in onderdeel a, in viervoud; en
c. een actuariële berekening waaruit de financiële gevolgen van de gedeeltelijke intrekking voor de pensioenuitvoerder blijken.