BWBR0019309
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 12
Regeling verplichte beroepspensioenregeling
1. Een ontheffing wordt door de pensioenuitvoerder ingetrokken:
a. op verzoek van de persoon aan wie de ontheffing is verleend;
b. indien naar het oordeel van de pensioenuitvoerder de gemoedsbezwaren op grond waarvan de ontheffing is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.
2. De ontheffing kan door de pensioenuitvoerder worden ingetrokken indien de betrokkene de bij de ontheffing gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3. In de beroepspensioenregeling worden de gevolgen geregeld van de intrekking van een ontheffing.
a. op verzoek van de persoon aan wie de ontheffing is verleend;
b. indien naar het oordeel van de pensioenuitvoerder de gemoedsbezwaren op grond waarvan de ontheffing is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.
2. De ontheffing kan door de pensioenuitvoerder worden ingetrokken indien de betrokkene de bij de ontheffing gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3. In de beroepspensioenregeling worden de gevolgen geregeld van de intrekking van een ontheffing.