BWBR0019245
Geldig vanaf 2006-01-08
Artikel 6
Besluit Adviescommissie Bezwaarschriftprocedure Personeel OCW 2006
1. De vertegenwoordiger van de minister zendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na de ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 5, lid 5, in tweevoud het verweerschrift aan de commissie, ter attentie van de secretaris, onder bijvoeging, voorzover nodig in aanvulling op de reeds ingevolge artikel 5, lid 3, ingezonden stukken, van alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken.
Op gemotiveerd verzoek van de vertegenwoordiger van de minister kan de voorzitter de in de eerste volzin genoemde termijn van twee weken verlengen.
2. Indien de indiener zich laat vertegenwoordigen zendt de secretaris de op de zaak betrekking hebbende stukken zowel naar de gemachtigde als naar de indiener.
3. De secretaris nodigt de indiener en de vertegenwoordiger van de minister en in voorkomend geval andere belanghebbenden uit voor een hoorzitting, tenzij de commissie gezien artikel 7:3 van de Wetvan oordeel is dat kan worden afgezien van een hoorzitting. In de uitnodiging wordt de plaats, de datum en het tijdstip van de hoorzitting vermeld alsmede de samenstelling van de commissie tijdens de hoorzitting.
4. Een verzoek om de uitgeschreven hoorzitting te verplaatsen wordt door de voorzitter beoordeeld en komt slechts in geval van dringende redenen voor inwilliging in aanmerking.
5. Indien de commissie van oordeel is dat toepassing dient te worden gegeven aan artikel 7:3 van de Wetdoet de secretaris daarvan mededeling aan de indiener, de vertegenwoordiger van de minister en eventuele andere belanghebbenden onder vermelding van de reden.
6. Tot uiterlijk 10 dagen voor de hoorzitting kunnen partijen en andere belanghebbenden bij de secretaris nadere stukken indienen. Later ingediende stukken kunnen door de commissie buiten beschouwing worden gelaten.
Op gemotiveerd verzoek van de vertegenwoordiger van de minister kan de voorzitter de in de eerste volzin genoemde termijn van twee weken verlengen.
2. Indien de indiener zich laat vertegenwoordigen zendt de secretaris de op de zaak betrekking hebbende stukken zowel naar de gemachtigde als naar de indiener.
3. De secretaris nodigt de indiener en de vertegenwoordiger van de minister en in voorkomend geval andere belanghebbenden uit voor een hoorzitting, tenzij de commissie gezien artikel 7:3 van de Wetvan oordeel is dat kan worden afgezien van een hoorzitting. In de uitnodiging wordt de plaats, de datum en het tijdstip van de hoorzitting vermeld alsmede de samenstelling van de commissie tijdens de hoorzitting.
4. Een verzoek om de uitgeschreven hoorzitting te verplaatsen wordt door de voorzitter beoordeeld en komt slechts in geval van dringende redenen voor inwilliging in aanmerking.
5. Indien de commissie van oordeel is dat toepassing dient te worden gegeven aan artikel 7:3 van de Wetdoet de secretaris daarvan mededeling aan de indiener, de vertegenwoordiger van de minister en eventuele andere belanghebbenden onder vermelding van de reden.
6. Tot uiterlijk 10 dagen voor de hoorzitting kunnen partijen en andere belanghebbenden bij de secretaris nadere stukken indienen. Later ingediende stukken kunnen door de commissie buiten beschouwing worden gelaten.