Artikel 1
1. De in dit besluit voorkomende begrippen hebben de zelfde betekenis als de begrippen in de Algemene wet bestuursrecht(stb. 1994.1), tenzij anders is aangegeven.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. de Wet: de Algemene wet bestuursrecht;
b. de minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. het ministerie: het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. besluit: een besluit, als bedoeld in de Wet, van of namens de minister waarbij een ambtenaar als zodanig belanghebbende is;
e. commissie: de adviescommissie, als bedoeld in artikel 7:13 van de Wet, die is ingesteld op grond van artikel 2, eerste lid;
f. voorzitter: de voorzitter dan wel de plaatsvervangend voorzitter van de commissie;
g. secretaris: de secretaris van de commissie bedoeld in artikel 3;
h. CAOP: de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel te Den Haag;
i. Adviseur bezwaar en beroep: de ambtenaar bedoeld in artikel 4;
j. indiener: de ambtenaar daaronder begrepen zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden die als zodanig een bezwaarschrift tegen een besluit indient dan wel indienen;
k. vertegenwoordiger van de minister: het hoofd van het organisatieonderdeel dat is betrokken bij het besluit waartegen een bezwaarschrift is ingediend.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. de Wet: de Algemene wet bestuursrecht;
b. de minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. het ministerie: het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. besluit: een besluit, als bedoeld in de Wet, van of namens de minister waarbij een ambtenaar als zodanig belanghebbende is;
e. commissie: de adviescommissie, als bedoeld in artikel 7:13 van de Wet, die is ingesteld op grond van artikel 2, eerste lid;
f. voorzitter: de voorzitter dan wel de plaatsvervangend voorzitter van de commissie;
g. secretaris: de secretaris van de commissie bedoeld in artikel 3;
h. CAOP: de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel te Den Haag;
i. Adviseur bezwaar en beroep: de ambtenaar bedoeld in artikel 4;
j. indiener: de ambtenaar daaronder begrepen zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden die als zodanig een bezwaarschrift tegen een besluit indient dan wel indienen;
k. vertegenwoordiger van de minister: het hoofd van het organisatieonderdeel dat is betrokken bij het besluit waartegen een bezwaarschrift is ingediend.