BWBR0019245
Geldig vanaf 2006-01-08
Artikel 2
Besluit Adviescommissie Bezwaarschriftprocedure Personeel OCW 2006
1. Er is een commissie Bezwaarschriftprocedure Personeel OCW die de minister adviseert over te nemen beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten.
2. De commissie kan naar aanleiding van ingediende bezwaren, waaronder in voorkomend geval ook bezwaren die door intrekking buiten behandeling blijven, beleidsadviezen geven.
3. De commissie bestaat uit:
a. één onafhankelijke voorzitter en tenminste één onafhankelijke plaatsvervangend voorzitter;
b. één lid en tenminste één plaatsvervangend lid op voordracht van de centrales van overheidspersoneel;
c. één lid en tenminste één plaatsvervangend lid op voordracht van het ministerie.
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden alsmede hun plaatsvervangers worden door de minister benoemd voor vijf jaren en zijn terstond herbenoembaar.
Het lid en de plaatsvervangend leden onder c kunnen werkzaam zijn bij het ministerie.
De voorzitter of plaatsvervangend voorzitter dan wel lid of plaatsvervangend lid van de commissie worden uit hun functie ontheven bij gebleken ongeschiktheid, of indien andere gewichtige redenen zulks naar het oordeel van de minister vorderen dan wel op eigen verzoek.
Het lid dat is benoemd op voordracht van de centrales van overheidspersoneel, alsmede diens plaatsvervanger(s) worden door de minister eerst uit de functie van lid van de commissie ontheven na overleg met bedoelde centrales.
De beëindiging van het dienstverband bij het ministerie met een lid van de commissie gedurende de looptijd van zijn benoeming in de commissie, kan aanleiding zijn om dat lid uit zijn functie van lid van de commissie te ontheffen. De minister kan deze bevoegdheid slechts tot uiterlijk 3 maanden na de beëindiging van het dienstverband met betrokkene gebruiken.
4. Bij de behandeling van een bezwaarschrift functioneert de commissie in een wisselende samenstelling van drie personen, bestaande uit:
– de voorzitter dan wel de plaatsvervangend voorzitter;
– het lid dan wel het plaatsvervangend lid dat is benoemd op voordracht van de centrales;
– het derde lid dan wel het plaatsvervangend derde lid.
De voorzitter stelt een functioneringsrooster vast.
Uiterlijk bij de aanvang van de hoorzitting stelt de voorzitter dan wel de plaatsvervangend voorzitter, voorzover nodig in afwijking van het functioneringsrooster de samenstelling van de commissie voor de behandeling van een bezwaarschrift vast.
5. De commissie stelt haar werkwijze vast, rekening houdend met de bepalingen van dit besluit.
2. De commissie kan naar aanleiding van ingediende bezwaren, waaronder in voorkomend geval ook bezwaren die door intrekking buiten behandeling blijven, beleidsadviezen geven.
3. De commissie bestaat uit:
a. één onafhankelijke voorzitter en tenminste één onafhankelijke plaatsvervangend voorzitter;
b. één lid en tenminste één plaatsvervangend lid op voordracht van de centrales van overheidspersoneel;
c. één lid en tenminste één plaatsvervangend lid op voordracht van het ministerie.
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de overige leden alsmede hun plaatsvervangers worden door de minister benoemd voor vijf jaren en zijn terstond herbenoembaar.
Het lid en de plaatsvervangend leden onder c kunnen werkzaam zijn bij het ministerie.
De voorzitter of plaatsvervangend voorzitter dan wel lid of plaatsvervangend lid van de commissie worden uit hun functie ontheven bij gebleken ongeschiktheid, of indien andere gewichtige redenen zulks naar het oordeel van de minister vorderen dan wel op eigen verzoek.
Het lid dat is benoemd op voordracht van de centrales van overheidspersoneel, alsmede diens plaatsvervanger(s) worden door de minister eerst uit de functie van lid van de commissie ontheven na overleg met bedoelde centrales.
De beëindiging van het dienstverband bij het ministerie met een lid van de commissie gedurende de looptijd van zijn benoeming in de commissie, kan aanleiding zijn om dat lid uit zijn functie van lid van de commissie te ontheffen. De minister kan deze bevoegdheid slechts tot uiterlijk 3 maanden na de beëindiging van het dienstverband met betrokkene gebruiken.
4. Bij de behandeling van een bezwaarschrift functioneert de commissie in een wisselende samenstelling van drie personen, bestaande uit:
– de voorzitter dan wel de plaatsvervangend voorzitter;
– het lid dan wel het plaatsvervangend lid dat is benoemd op voordracht van de centrales;
– het derde lid dan wel het plaatsvervangend derde lid.
De voorzitter stelt een functioneringsrooster vast.
Uiterlijk bij de aanvang van de hoorzitting stelt de voorzitter dan wel de plaatsvervangend voorzitter, voorzover nodig in afwijking van het functioneringsrooster de samenstelling van de commissie voor de behandeling van een bezwaarschrift vast.
5. De commissie stelt haar werkwijze vast, rekening houdend met de bepalingen van dit besluit.