BWBR0019120
Geldig vanaf 2005-12-24
Artikel 3
Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006
1. Indien een college of een bestuur in aanmerking wenst te komen voor verlening van een bijdrage, dient het college of het bestuur binnen zes weken na inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van de prognose(s).
2. De Minister beoordeelt alle ingediende aanvragen gezamenlijk en verleent per aanvraag voorschotten op de bijdrage. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 bestaat uit een bijdrage voor de vaste kosten en een bijdrage voor de variabele kosten en wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het derde tot en met het vijfde lid. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt ambtshalve vastgesteld.
3. De hoogte van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 voor de bijdrage voor de vaste kosten bedraagt € 1.200, vermenigvuldigd met de prognose(s). De hoogte van dit voorschot is ten minste € 6.000 en ten hoogste € 24.000. Indien de aanvraag is ingediend door een samenwerkingsverband is de hoogte van dit voorschot ten minste € 6.000, vermenigvuldigd met het aantal deelnemende gemeenten, en ten hoogste € 24.000, vermenigvuldigd met het aantal deelnemende gemeenten.
4. De hoogte van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 voor de bijdrage voor de variabele kosten bedraagt € 5.100, vermenigvuldigd met de prognose(s).
5. Het bepaalde in het derde en vierde lid is van toepassing indien het budget toereikend is. Indien het budget niet toereikend is, bepaalt de Minister het relatieve aandeel van de ingediende prognose(s) in het totaal van de prognoses, aan de hand waarvan de Minister vervolgens de ingediende prognoses neerwaarts bijstelt. De hoogte van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt in dat geval vastgesteld overeenkomstig de bijgestelde prognoses, vermenigvuldigd met de in het derde en vierde lid genoemde bedragen.
6. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college bekendgemaakt.
7. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt voor 1 juli 2006 aan het college bekendgemaakt.
2. De Minister beoordeelt alle ingediende aanvragen gezamenlijk en verleent per aanvraag voorschotten op de bijdrage. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 bestaat uit een bijdrage voor de vaste kosten en een bijdrage voor de variabele kosten en wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het derde tot en met het vijfde lid. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt ambtshalve vastgesteld.
3. De hoogte van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 voor de bijdrage voor de vaste kosten bedraagt € 1.200, vermenigvuldigd met de prognose(s). De hoogte van dit voorschot is ten minste € 6.000 en ten hoogste € 24.000. Indien de aanvraag is ingediend door een samenwerkingsverband is de hoogte van dit voorschot ten minste € 6.000, vermenigvuldigd met het aantal deelnemende gemeenten, en ten hoogste € 24.000, vermenigvuldigd met het aantal deelnemende gemeenten.
4. De hoogte van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 voor de bijdrage voor de variabele kosten bedraagt € 5.100, vermenigvuldigd met de prognose(s).
5. Het bepaalde in het derde en vierde lid is van toepassing indien het budget toereikend is. Indien het budget niet toereikend is, bepaalt de Minister het relatieve aandeel van de ingediende prognose(s) in het totaal van de prognoses, aan de hand waarvan de Minister vervolgens de ingediende prognoses neerwaarts bijstelt. De hoogte van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt in dat geval vastgesteld overeenkomstig de bijgestelde prognoses, vermenigvuldigd met de in het derde en vierde lid genoemde bedragen.
6. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college bekendgemaakt.
7. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt voor 1 juli 2006 aan het college bekendgemaakt.