BWBR0019101
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 8
Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW
1. Bij de beoordeling van de aanvraag of als voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en zo ja welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de breedte van het transport in combinatie met de breedte van de wegen het volgende toetsingskader:
a. Bij autosnelwegen met een breedte van meer dan 11,50 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 4,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 4,00 m en 4,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 4,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 4,00 m en 4,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
b. Bij niet autosnelwegen met een breedte van ten minste 7,20 m en ten hoogste 7,50 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,50 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,50 m en 4,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,00 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,50 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,50 m en 4,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,00 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
c. Bij wegen met een breedte van ten minste 6,50 m en niet meer dan 7,20 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,35 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,35 m en 3,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,35 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,35 m en 3,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
d. Bij wegen met een breedte van niet meer dan te hoogste 6,50 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,00 m en 3,35 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,35 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,00 m en 3,35 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,35 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
2. Bij de beoordeling of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport in combinatie met de wegen het volgende toetsingskader:
a. Bij autosnelwegen, en indien: 1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 40,00 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 40,00 m en 50,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 50,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 40,00 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 40,00 m en 50,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 50,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
b. Bij wegen niet zijnde autosnelwegen, en: 1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 27,50 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 27,50 m en 32,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 32,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 27,50 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 27,50 m en 32,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 32,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
3. Indien de massa van het exceptionele transport meer dan 100 ton bedraagt wordt naast het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel als voorschrift transportbegeleiding door ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
4. Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, zal het voorschrift van ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden
5. Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door 1 dan wel 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
a. Bij autosnelwegen met een breedte van meer dan 11,50 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 4,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 4,00 m en 4,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 4,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 4,00 m en 4,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
b. Bij niet autosnelwegen met een breedte van ten minste 7,20 m en ten hoogste 7,50 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,50 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,50 m en 4,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,00 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,50 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,50 m en 4,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 4,00 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
c. Bij wegen met een breedte van ten minste 6,50 m en niet meer dan 7,20 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,35 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,35 m en 3,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,35 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,35 m en 3,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,50 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
d. Bij wegen met een breedte van niet meer dan te hoogste 6,50 m, en: 1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,00 m en 3,35 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,35 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,00 m, geen transportbegeleiders;
2°. de breedte van het transport tussen de 3,00 m en 3,35 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de breedte van het transport meer bedraagt dan 3,35 m, ten minste 2 transportbegeleiders.
2. Bij de beoordeling of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport in combinatie met de wegen het volgende toetsingskader:
a. Bij autosnelwegen, en indien: 1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 40,00 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 40,00 m en 50,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 50,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 40,00 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 40,00 m en 50,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 50,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
b. Bij wegen niet zijnde autosnelwegen, en: 1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 27,50 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 27,50 m en 32,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 32,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
1°. de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 27,50 m geen transportbegeleiders;
2°. de lengte van het transport tussen de 27,50 m en 32,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider;
3°. de lengte van het transport meer bedraagt dan 32,00 m ten minste 2 transportbegeleiders.
3. Indien de massa van het exceptionele transport meer dan 100 ton bedraagt wordt naast het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel als voorschrift transportbegeleiding door ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
4. Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, zal het voorschrift van ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden
5. Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door 1 dan wel 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019101
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl