BWBR0019101
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 12
Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW
1. Naar aanleiding van een ontheffingsaanvraag kunnen nadere gegevens worden opgevraagd ten behoeve van de beoordeling van:
a. het voertuig of samenstel van voertuigen;
b. de route, al dan niet in combinatie met de lading;
c. het bepaalde in artikel 3, zesde lid, onderdeel b.
2. Ten behoeve van de voertuigbeoordeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan een technisch onderzoek van het voertuig noodzakelijk zijn naar:
a. het gedrag in bochten van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen;
b. de op technische gronden geschiktheid van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen voor het vervoer van de opgegeven lading.
Deze onderzoeken vinden plaats bij de RDW. Het onder a genoemde onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het bepaalde in bijlage A bij deze beleidsregel.
3. Ten behoeve van de route als bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen worden opgevraagd:
a. een tekening van het exceptionele transport in beladen toestand;
b. een gedetailleerde routebeschrijving van wegen of weggedeeltes indien: 1°. sprake is van omstandigheden die inzet van meer dan twee transportbegeleiders of politie vereisen;
2°. wegnemen en terugplaatsen van wegmeubilair of andere fysieke maatregelen die noodzakelijk zijn om passage mogelijk te maken;
3°. meer dan 5 minuten vertraging op een wegvak voor weggebruikers kan ontstaan, doordat manoeuvreren dan wel een lagere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid noodzakelijk is.
1°. sprake is van omstandigheden die inzet van meer dan twee transportbegeleiders of politie vereisen;
2°. wegnemen en terugplaatsen van wegmeubilair of andere fysieke maatregelen die noodzakelijk zijn om passage mogelijk te maken;
3°. meer dan 5 minuten vertraging op een wegvak voor weggebruikers kan ontstaan, doordat manoeuvreren dan wel een lagere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid noodzakelijk is.
a. het voertuig of samenstel van voertuigen;
b. de route, al dan niet in combinatie met de lading;
c. het bepaalde in artikel 3, zesde lid, onderdeel b.
2. Ten behoeve van de voertuigbeoordeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan een technisch onderzoek van het voertuig noodzakelijk zijn naar:
a. het gedrag in bochten van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen;
b. de op technische gronden geschiktheid van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen voor het vervoer van de opgegeven lading.
Deze onderzoeken vinden plaats bij de RDW. Het onder a genoemde onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het bepaalde in bijlage A bij deze beleidsregel.
3. Ten behoeve van de route als bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen worden opgevraagd:
a. een tekening van het exceptionele transport in beladen toestand;
b. een gedetailleerde routebeschrijving van wegen of weggedeeltes indien: 1°. sprake is van omstandigheden die inzet van meer dan twee transportbegeleiders of politie vereisen;
2°. wegnemen en terugplaatsen van wegmeubilair of andere fysieke maatregelen die noodzakelijk zijn om passage mogelijk te maken;
3°. meer dan 5 minuten vertraging op een wegvak voor weggebruikers kan ontstaan, doordat manoeuvreren dan wel een lagere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid noodzakelijk is.
1°. sprake is van omstandigheden die inzet van meer dan twee transportbegeleiders of politie vereisen;
2°. wegnemen en terugplaatsen van wegmeubilair of andere fysieke maatregelen die noodzakelijk zijn om passage mogelijk te maken;
3°. meer dan 5 minuten vertraging op een wegvak voor weggebruikers kan ontstaan, doordat manoeuvreren dan wel een lagere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid noodzakelijk is.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019101
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl