BWBR0019101
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 3
Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW
1. De ontheffingen worden onderscheiden in langlopende ontheffingen en incidentele ontheffingen.
2. Langlopende ontheffingen worden verleend voor slechts 1 voertuig of 1 samenstel van voertuigen voor exceptionele transporten over een verzameling van wegen of weggedeeltes en kunnen een geldigheidsduur hebben van maximaal 3 jaar.
3. Een langlopende ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op:
a. een breedte die niet meer bedraagt dan 3,50 m;
b. een lengte die niet meer bedraagt dan 27,00 m;
c. een hoogte die niet meer bedraagt dan 4,15 m;
d. een maximale massa die niet meer bedraagt dan 100 ton;
e. een maximale aslast van 12 ton.
4. In afwijking van het vorige lid kan een langlopende ontheffing worden verleend indien de aanvraag de in het derde lid genoemde waarden overschrijdt mits:
a. de aanvraag betrekking heeft op wegen of weggedeeltes van niet meer dan maximaal twee wegbeheerders, en
b. de aanvraag géén betrekking heeft op het gebruik van autosnelwegen onder beheer van het Rijk.
5. Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend voor één bepaalde route en voor maximaal 4 voertuigen of 4 samenstellen van voertuigen, mits de kentekens van de voertuigen of samenstellen van voertuigen op het aanvraagformulier zijn vermeld.
6. Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:
a. maximaal twee weken, of
b. maximaal drie maanden, of
c. maximaal 1 jaar.
7. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het zesde lid, onder b, kunnen slechts worden verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over één bepaalde route moeten worden uitgevoerd.
8. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het zesde lid, onder c, kunnen slechts worden verleend indien de aangevraagde route:
a. wegen of weggedeeltes onder beheer van niet meer dan twee wegbeheerders betreft, en
b. geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
c. niet meer dan maximaal 15 kilometer bedraagt.
9. Een ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading in onbeladen toestand indien:
a. het voertuig of samenstel van voertuigen voldoet aan het bepaalde in bijlage A, of
b. het een samenstel van een trekker en oplegger betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5 van het Voertuigreglement mits: 1°. de oplegger uitschuifbaar is door vergroting van de wielbasis;
2°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 18,00 m indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing;
3°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 20,00 m indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
1°. de oplegger uitschuifbaar is door vergroting van de wielbasis;
2°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 18,00 m indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing;
3°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 20,00 m indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
2. Langlopende ontheffingen worden verleend voor slechts 1 voertuig of 1 samenstel van voertuigen voor exceptionele transporten over een verzameling van wegen of weggedeeltes en kunnen een geldigheidsduur hebben van maximaal 3 jaar.
3. Een langlopende ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op:
a. een breedte die niet meer bedraagt dan 3,50 m;
b. een lengte die niet meer bedraagt dan 27,00 m;
c. een hoogte die niet meer bedraagt dan 4,15 m;
d. een maximale massa die niet meer bedraagt dan 100 ton;
e. een maximale aslast van 12 ton.
4. In afwijking van het vorige lid kan een langlopende ontheffing worden verleend indien de aanvraag de in het derde lid genoemde waarden overschrijdt mits:
a. de aanvraag betrekking heeft op wegen of weggedeeltes van niet meer dan maximaal twee wegbeheerders, en
b. de aanvraag géén betrekking heeft op het gebruik van autosnelwegen onder beheer van het Rijk.
5. Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend voor één bepaalde route en voor maximaal 4 voertuigen of 4 samenstellen van voertuigen, mits de kentekens van de voertuigen of samenstellen van voertuigen op het aanvraagformulier zijn vermeld.
6. Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:
a. maximaal twee weken, of
b. maximaal drie maanden, of
c. maximaal 1 jaar.
7. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het zesde lid, onder b, kunnen slechts worden verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over één bepaalde route moeten worden uitgevoerd.
8. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het zesde lid, onder c, kunnen slechts worden verleend indien de aangevraagde route:
a. wegen of weggedeeltes onder beheer van niet meer dan twee wegbeheerders betreft, en
b. geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
c. niet meer dan maximaal 15 kilometer bedraagt.
9. Een ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading in onbeladen toestand indien:
a. het voertuig of samenstel van voertuigen voldoet aan het bepaalde in bijlage A, of
b. het een samenstel van een trekker en oplegger betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5 van het Voertuigreglement mits: 1°. de oplegger uitschuifbaar is door vergroting van de wielbasis;
2°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 18,00 m indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing;
3°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 20,00 m indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
1°. de oplegger uitschuifbaar is door vergroting van de wielbasis;
2°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 18,00 m indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing;
3°. de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 20,00 m indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019101
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl