BWBR0019100
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 9
SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005
1. Alvorens een advies uit te brengen, stelt de klachtencommissie klager en beklaagde in de gelegenheid om hun zienswijze ten aanzien van het advies van de klachtencommissie mondeling dan wel schriftelijk kenbaar te maken.
2. De klachtencommissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de klacht een schriftelijk advies uit aan het het bevoegd gezag. Als het bevoegd gezag naar de mening van de klachtencommissie te kort schiet in zijn maatregelen, zal de klachtencommissie vervolgens advies uitbrengen aan de Secretaris-Generaal.
3. Indien het advies niet binnen deze termijn kan worden uitgebracht, stelt de klachtencommissie klager en beklaagde daarvan in kennis en vermeldt daarbij een redelijke termijn waarbinnen het advies wel te verwachten is.
4. Zowel bij aanvang van de procedure als gedurende de looptijd van het onderzoek kan het bevoegd gezag en de Secretaris-Generaal op verzoek van en na overleg met de klachtencommissie tijdelijke voorzieningen treffen, indien dit voor het welzijn van de klager noodzakelijk is, dan wel als er sprake is van een voor één of meer direct betrokkenen onhoudbare situatie.
5. Het advies van de commissie kan zowel van preventieve als van corrigerende aard zijn, dan wel een combinatie van beide. Ook kunnen maatregelen geadviseerd worden om alsnog tot een oplossing te komen waarin beide partijen zich kunnen vinden. Bij het advies wordt – waar van toepassing – de schriftelijke zienswijze van klager en beklaagde gevoegd. Het verslag van het horen maakt deel uit van het advies, tenzij de commissie gewichtige redenen heeft om hiervan af te zien. In dat geval worden deze redenen in het advies vermeld.
6. Een afschrift van het advies wordt gezonden aan de klager, de beklaagde en – indien deze bij de klacht betrokken is geweest – aan de vertrouwenspersoon.
7. De beslissing inzake het uit te brengen advies wordt zo mogelijk unaniem genomen. Indien er sprake is van een meerderheids- en minderheidsstandpunt worden beide standpunten met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen in het advies vermeld.
8. Alle aan de klachtencommissie beschikbaar gestelde stukken worden gelijktijdig met het uitbrengen van het advies aan het secretariaat van de klachtencommissie overgedragen.
2. De klachtencommissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de klacht een schriftelijk advies uit aan het het bevoegd gezag. Als het bevoegd gezag naar de mening van de klachtencommissie te kort schiet in zijn maatregelen, zal de klachtencommissie vervolgens advies uitbrengen aan de Secretaris-Generaal.
3. Indien het advies niet binnen deze termijn kan worden uitgebracht, stelt de klachtencommissie klager en beklaagde daarvan in kennis en vermeldt daarbij een redelijke termijn waarbinnen het advies wel te verwachten is.
4. Zowel bij aanvang van de procedure als gedurende de looptijd van het onderzoek kan het bevoegd gezag en de Secretaris-Generaal op verzoek van en na overleg met de klachtencommissie tijdelijke voorzieningen treffen, indien dit voor het welzijn van de klager noodzakelijk is, dan wel als er sprake is van een voor één of meer direct betrokkenen onhoudbare situatie.
5. Het advies van de commissie kan zowel van preventieve als van corrigerende aard zijn, dan wel een combinatie van beide. Ook kunnen maatregelen geadviseerd worden om alsnog tot een oplossing te komen waarin beide partijen zich kunnen vinden. Bij het advies wordt – waar van toepassing – de schriftelijke zienswijze van klager en beklaagde gevoegd. Het verslag van het horen maakt deel uit van het advies, tenzij de commissie gewichtige redenen heeft om hiervan af te zien. In dat geval worden deze redenen in het advies vermeld.
6. Een afschrift van het advies wordt gezonden aan de klager, de beklaagde en – indien deze bij de klacht betrokken is geweest – aan de vertrouwenspersoon.
7. De beslissing inzake het uit te brengen advies wordt zo mogelijk unaniem genomen. Indien er sprake is van een meerderheids- en minderheidsstandpunt worden beide standpunten met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen in het advies vermeld.
8. Alle aan de klachtencommissie beschikbaar gestelde stukken worden gelijktijdig met het uitbrengen van het advies aan het secretariaat van de klachtencommissie overgedragen.