BWBR0019100
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 10
SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005
1. Het bevoegd gezag neemt binnen vier weken na ontvangst van het advies een beslissing op dat advies en stelt de betrokkenen en de commissie daarvan in kennis. De vertrouwenspersoon die bij de klacht betrokken is geweest ontvangt een afschrift van de beslissing.
Indien de beslissing van het advies afwijkt, geeft het bevoegd gezag bij de beslissing gemotiveerd aan, waarom van het advies is afgeweken. Als het bevoegd gezag naar de mening van de klachtencommissie te kort schiet in zijn maatregelen, zal de klachtencommissie advies uitbrengen aan de Secretaris-Generaal. De Secretaris-Generaal neemt binnen vier weken van het advies een beslissing naar aanleiding van dit advies en stelt betrokkenen en de commissie daarvan in kennis. De vertrouwenspersoon die bij de klacht betrokken is geweest ontvangt een afschrift van de beslissing.
2. De termijn genoemd in het eerste lid kan voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Van de verdaging wordt schriftelijk met reden omkleed mededeling gedaan aan de klager en aan de beklaagde.
3. Tegen de beslissing, bedoeld in het eerste lid, staat geen bezwaar of beroep open. Indien klager of beklaagde van oordeel zijn, dat de klachtbehandeling onvoldoende is geweest, kunnen zij zich wenden tot de Nationale ombudsman. Van deze mogelijkheid wordt in de beslissing mededeling gedaan.
Indien de beslissing van het advies afwijkt, geeft het bevoegd gezag bij de beslissing gemotiveerd aan, waarom van het advies is afgeweken. Als het bevoegd gezag naar de mening van de klachtencommissie te kort schiet in zijn maatregelen, zal de klachtencommissie advies uitbrengen aan de Secretaris-Generaal. De Secretaris-Generaal neemt binnen vier weken van het advies een beslissing naar aanleiding van dit advies en stelt betrokkenen en de commissie daarvan in kennis. De vertrouwenspersoon die bij de klacht betrokken is geweest ontvangt een afschrift van de beslissing.
2. De termijn genoemd in het eerste lid kan voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Van de verdaging wordt schriftelijk met reden omkleed mededeling gedaan aan de klager en aan de beklaagde.
3. Tegen de beslissing, bedoeld in het eerste lid, staat geen bezwaar of beroep open. Indien klager of beklaagde van oordeel zijn, dat de klachtbehandeling onvoldoende is geweest, kunnen zij zich wenden tot de Nationale ombudsman. Van deze mogelijkheid wordt in de beslissing mededeling gedaan.